De psycholoog en het werkuniform

Wanneer een psycholoog in dienstverband werkt, stelt zich soms de vraag tot waar de autonomie van de psycholoog precies reikt en hoe deze zich verhoudt tot de autoriteit van de werkgever. Deze vraag is bijzonder relevant wat betreft het dragen van een uniform in zorginstellingen (vb. een ‘doktersjas’). Kan een werkgever eenzijdig aan zijn werknemer-psycholoog opleggen om bepaalde kledij te dragen in het kader van zijn functie? Wat als de psycholoog onder zelfstandig statuut aan de slag is in de instelling?

Om zicht te krijgen op de rechten en de plichten van een psycholoog deed de Psychologencommissie beroep op een extern advocatenkantoor voor een gemotiveerd juridisch advies.

Dit advies kunt u hier integraal downloaden. Dit document geeft u niet alleen een duidelijk beeld van uw rechten en plichten op zowel juridisch als deontologisch vlak. Het kan ook een ruggensteun zijn wanneer u hierover in dialoog gaat met uw werkgever. Hieronder geven we nog een beknopt overzicht van de belangrijkste elementen uit dit advies. Voor een meer diepgaande toelichting verwijzen we naar het advies zelf. 

Wanneer kan het dragen van een werkuniform worden verplicht?

 

De werkgever kan onder zeer specifieke omstandigheden het dragen van een welbepaald ziekenhuisuniform opleggen. Afhankelijk van het specifieke doel dat met deze kledij wordt nagestreefd, spreken we in dit kader van werkkledij of van persoonlijke beschermingskledij. Op beiden is een ander rechtskader van toepassing en moet u met andere regels rekening houden.

1. Werkkledij

Werkkledij is bedoeld om te voorkomen dat een werknemer zich in een professionele context zou bevuilen (vb. van het eigen lichaam, van zijn privékledij, …). Binnen een ziekenhuiscontext kan dit zeker noodzakelijk zijn voor bepaalde personeelsleden (vb. chirurgen, verpleegkundigen, onderhoudsploegen, …). Deze relevantie kan echter niet automatisch worden doorgetrokken naar psychologen.

Werkkledij kan verplicht worden in het kader van de volgende hypothesen:

1) Een risicoanalyse toont aan dat de normale activiteiten van de psychologen een reëel vervuilingsrisico inhouden. Werkkledij is dus in principe steeds verplicht tenzij een risicoanalyse uitwijst dat deze verplichting niet nuttig is. In dit geval kan een uniform onder de vorm van werkkledij niet worden opgelegd aan de psycholoog.

Deze risicoanalyse moet worden uitgevoerd door de werkgever, die dit vervolgens ter akkoord voorlegt aan het Preventiecomité van de organisatie. Een Preventiecomité is een overlegorgaan dat op het niveau van de onderneming moet worden opgericht indien deze minstens 50 werknemers omvat[1]. Het bestaat uit evenveel werkgevers- als werknemersvertegenwoordigers. De werknemersvertegenwoordigers worden verkozen tijdens de sociale verkiezingen. In ondernemingen waar geen preventiecomité moet worden opgericht (bijvoorbeeld omdat er minder dan 50 werknemers zijn), worden deze bevoegdheden door de vakbondsafvaardiging overgenomen, een orgaan dat normaliter moet worden opgericht vanaf +/- 20 werknemers.

Als het Preventiecomité oordeelt dat er wel degelijk een risico bestaat, zal de psycholoog specifieke werkkledij moeten dragen.

2) De werkgever kan het dragen van werkkledij daarnaast nog opleggen indien het dragen van een uniform of gestandaardiseerde werkkledij “al verplicht is wegens gebruiken die eigen zijn aan het beroep” (art. IX.3-1,2° van de Codex Welzijn). Of dit feitelijk het geval is, wordt echter niet beoordeeld door de werkgever maar wel door het bevoegde paritair comité. Bovendien moeten het dragen van een uniform of gestandaardiseerde werkkledij nog worden vastgelegd in een Koninklijk Besluit of in een algemeen bindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst (cao).

2. Persoonlijke beschermingskledij

Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn in principe elke uitrusting die bestemd is om door de werknemer te worden gedragen om hem zo te beschermen tegen risico’s die zijn veiligheid of gezondheid op het werk kunnen bedreigen. Het kan hier gaan om kledij, maar ook om alle andere accessoires die hiertoe bijdragen. Denk bijvoorbeeld aan de brandweerman die een helm moet dragen of de politieagent die soms een schild bij zich heeft.

Ook vooraleer een uniform als persoonlijke beschermingskledij kan worden beschouwd, zal de werkgever een risicoanalyse moeten uitvoeren. Hij moet bovendien eerst nagaan of hij materiële maatregelen kan nemen om deze risico’s te verhelpen. Hij zal bovendien moeten bepalen onder welke precieze omstandigheden het persoonlijk beschermingsmiddel moet worden gebruikt en met welke duur. Zo kan een bepaald beschermend uniform bijvoorbeeld vereist zijn wanneer een psycholoog in contact komt met patiënten die een besmettelijke ziekte dragen, maar niet bij andere patiënten.

Gezien een psycholoog meestal gesprekken voert met een cliënt, zal een uniform als persoonlijke beschermingskledij slechts onder zeer zeldzame omstandigheden aan een psycholoog kunnen worden opgelegd.

 

Gaat dit niet in tegen de deontologische code?

De welzijnswetgeving krijgt voorrang op de deontologische plichtenleer van psychologen. Indien de risicoanalyse er feitelijk op wijst dat een psycholoog werkkledij of persoonlijke beschermingsmiddelen moet dragen, kan de psycholoog hier niet tegen ingaan. Dat een psycholoog deontologisch gezien een zekere autonomie van handelen heeft en onafhankelijk is in de keuze van zijn methodes en beslissingen, doet aan dit principe geen afbreuk.

 

Kunnen psychologen en werkgever overeenkomen om een uniform te dragen wanneer er geen verplichting bestaat?

Uiteraard kunnen beiden dit overeenkomen. Dit vereist wel een vrije instemming van zowel werkgever als psycholoog.

 

Wat indien de psycholoog als zelfstandige binnen een zorgorganisatie werkt?

Het is mogelijk dat een psycholoog binnen een zorginstelling actief is als zelfstandige en niet als werknemer. Ook een zelfstandige is ertoe gehouden om de welzijnsverplichtingen na te leven die eigen zijn aan de organisatie waar hij zijn werkzaamheden uitvoert (zie hiervoor art. 10§1 van de Welzijnswet). Indien aan de werknemers van de instelling verplicht werkkledij of een persoonlijk beschermingsmiddel wordt opgelegd, kan dit dus ook worden doorgetrokken naar de zelfstandige psychologen die er werkzaam zijn.

 

[1] Opgesplitste structuren met een economische en sociale cohesie vormen in dit verband ook een zogenaamde “technische bedrijfseenheid”, waardoor zij ook een “gezamenlijk” preventiecomité moeten oprichten wanneer zij samen minstens 50 werknemers tewerkstellen. Denk bijvoorbeeld aan ziekenhuisnetwerken. Dus de meeste structuren in de sectoren waar de psychologen werkzaam zijn hebben een dergelijk Preventiecomité.


 
Deel deze pagina