Nieuwe rechten en plichten voor klinisch psychologen

Wet van 10 mei 2015 op de gezondheidszorgberoepen en de Wet Patiëntenrechten

Informatie aangepast op 7 april 2017

Als erkend gezondheidszorgberoep heeft de klinisch psycholoog er sinds 1 september 2016 een aantal bijkomende wettelijke verplichtingen en rechten bijgekregen. Deze zijn vastgelegd in de Wet van 10 mei 2015 op de gezondheidszorgberoepen (het oude KB 78). Bovendien is hij vanaf dan ook gebonden aan de Wet Patiëntenrechten.

Hieronder vindt u een overzicht van deze nieuwe regelgeving. Wij geven telkens de artikels uit de wet van 10 mei 2015 op de gezondheidszorgberoepen alsook de artikels uit de deontologische code die hierbij aansluiten. De meeste bepalingen zijn immers al in zekere mate terug te vinden in de code.

Overzicht van nieuwe plichten en rechten voor klinisch psychologen:

Continuïteit van zorg

Diagnostische en therapeutische vrijheid

Doorverwijsplicht

Recht op honorarium of forfaitaire bezoldigingen

Overeenkomsten voor gebruik van lokalen, personeel of materiaal

Onrechtmatige voordelen en het verbod op dichotomie

De wet op de patiëntenrechten

 

Continuïteit van zorg

- Artikel 27 en 33 van de Wet van 10 mei 2015 op de gezondheidszorgberoepen -

Als klinisch psycholoog dient u de zorgcontinuïteit te verzekeren alvorens u zelf de behandeling van een patiënt, bewust en zonder wettige reden, afbreekt. Bovendien moet u ervoor zorgen dat de beroepsbeoefenaar die de continuïteit verzorgt ook een (erkend) klinisch psycholoog is.

Geeft niet uzelf, maar de patiënt aan dat hij de diagnose of behandeling bij een andere beroepsbeoefenaar wil voortzetten?  Dan heeft u de plicht om alle nuttige of noodzakelijke informatie mee te delen aan de specifieke beroepsbeoefenaar die de patiënt heeft aangeduid.

Deze plicht vindt aansluiting bij de volgende artikels uit de deontologische code:

Art.23. §1. De psycholoog neemt niemand tegen zijn wil in onderzoek, begeleiding of behandeling. Hij erkent het recht van de cliënt of proefpersoon om in alle onafhankelijkheid al of niet voor hem te kiezen, en op om het even welk ogenblik zijn deelname te onderbreken.

Terug

Diagnostische en therapeutische vrijheid

– artikel 31 en 32 van de Wet van 10 mei 2015 -

Als klinisch psycholoog beschikt u over diagnostische en therapeutische vrijheid (met uitzondering van eventuele wettelijke beperkingen). U mag daarom niet toelaten dat reglementaire bepalingen uw vrije keuze van methodes inperken bij het stellen van een diagnose of bij het opstarten/uitvoeren van een behandeling. U mag met andere beroepsbeoefenaars geen overeenkomsten afsluiten die tegen deze keuzevrijheid ingaan. Respecteert een overeenkomst dit beginsel niet? Dan is deze overeenkomst niet geldig.  

Deze plicht vindt aansluiting bij de volgende artikels uit de deontologische code:

Art.2. De bepalingen van deze code hebben een verklarend en geen beperkend karakter. Ze kunnen bij analogie worden toegepast. Er kan niet contractueel van afgeweken worden.

Art.25. Een psycholoog neemt in het kader van zijn competenties persoonlijk verantwoordelijkheid op voor de keuze, de toepassing en de gevolgen van de methodes en technieken die hij toepast. Hij neemt tevens persoonlijk de verantwoordelijkheid op voor de professionele adviezen die hij geeft ten aanzien van personen, van groepen en van de maatschappij. Hij neemt een middelenverbintenis op en geen resultaatsverbintenis.

Art.28. Wanneer een psycholoog bij de uitoefening van zijn beroep contractueel of statutair verbonden is aan een privéonderneming of een openbare instelling, houdt dit geen wijziging in van zijn professionele plichten en in het bijzonder van de verplichtingen betreffende het beroepsgeheim en van de onafhankelijkheid in de keuze van methodes en in zijn beslissingen. Bij het opmaken van contracten maakt hij melding van de Deontologische Code en hij verwijst ernaar in zijn professionele verbintenissen.

Art.49. De psycholoog mag geen enkele druk dulden bij de uitoefening van zijn functies. Bij moeilijkheden brengt hij zijn vakgenoten hiervan op de hoogte.

Art.50. Bij samenwerking met andere beroepen zal de psycholoog zijn professionele identiteit en onafhankelijkheid doen eerbiedigen en eerbiedigt hij die van de anderen.

Terug

Doorverwijsplicht

– artikel 31/1 van de Wet van 10 mei 2015 (nog in te voegen in de wet) -

Als klinisch psycholoog heeft u de verantwoordelijkheid om een patiënt/cliënt door te verwijzen naar een andere competente beroepsbeoefenaar wanneer de vraagstelling of problematiek uw competenties overstijgt.

Deze plicht vindt aansluiting bij de volgende artikels uit de deontologische code:

Art.32. De psycholoog beoefent het beroep binnen de grenzen van zijn competenties en doet geen onderzoeken waarvoor hij geen specifieke kwalificatie heeft. Hij doet dit binnen het kader van de theorieën en de methodes die erkend worden door de wetenschappelijke gemeenschap der psychologen, en houdt daarbij rekening met de kritieken op en de evolutie van deze theorieën en methodes.

Art.33. De psycholoog is zich bewust van de beperkingen van de door hem aangewende procedures en methodes. Hij houdt rekening met deze beperkingen en voor hij besluiten trekt, verwijst hij zijn cliënt of proefpersoon in voorkomend geval door naar andere beroepsbeoefenaars. Hij legt een maximum aan objectiviteit aan de dag in al zijn activiteiten (therapie, onderzoek, verslag).

Terug

Recht op honorarium of forfaitaire bezoldigingen

– artikel 35 en 36 van de Wet van 10 mei 2015 -

Op voorwaarde dat u de deontologische code respecteert, heeft u als klinisch psycholoog voor uw diensten recht op honoraria of forfaitaire bezoldigingen. U mag deze bedragen op een vrije manier bepalen, tenzij:

  • Bepaalde bedragen bij wet zijn vastgelegd
  • U gebonden bent aan een bepaald bedrag of honorarium via statuten of overeenkomsten die u bent aangegaan.

Het is echter strikt verboden om een overeenkomst af te sluiten die het honorarium verbindt aan de doelmatigheid van een behandeling. In andere woorden, u mag uw honorarium niet laten afhangen van het uiteindelijke resultaat van de behandeling.

Deze plicht vindt aansluiting bij de volgende artikels uit de deontologische code:

Art.25. Een psycholoog neemt in het kader van zijn competenties persoonlijk verantwoordelijkheid op voor de keuze, de toepassing en de gevolgen van de methodes en technieken die hij toepast. Hij neemt tevens persoonlijk de verantwoordelijkheid op voor de professionele adviezen die hij geeft ten aanzien van personen, van groepen en van de maatschappij. Hij neemt een middelenverbintenis op en geen resultaatsverbintenis.

Art.46. De psycholoog aanvaardt noch biedt enige commissie wanneer hij een cliënt in psychologische problemen doorverwijst naar of doorverwezen krijgt van een andere beroepsbeoefenaar.

Terug

Overeenkomsten voor gebruik van lokalen, personeel of materiaal

– artikel 37 van de Wet van 10 mei 2015 -

Doet u als klinisch psycholoog een beroep op personeel of gebruikt u lokalen en materiaal die door een derde ter beschikking werden gesteld. In dat geval bent u verplicht om een statuut of een uitdrukkelijk overeenkomst af te sluiten die de voorwaarden daarvan vastlegt

Deze plicht vindt aansluiting bij de volgende artikels uit de deontologische code:

Art.2. De bepalingen van deze code hebben een verklarend en geen beperkend karakter. Ze kunnen bij analogie worden toegepast. Er kan niet contractueel van afgeweken worden.

Art.28. Wanneer een psycholoog bij de uitoefening van zijn beroep contractueel of statutair verbonden is aan een privéonderneming of een openbare instelling, houdt dit geen wijziging in van zijn professionele plichten en in het bijzonder van de verplichtingen betreffende het beroepsgeheim en van de onafhankelijkheid in de keuze van methodes en in zijn beslissingen. Bij het opmaken van contracten maakt hij melding van de Deontologische Code en hij verwijst ernaar in zijn professionele verbintenissen.

 

Terug

Onrechtmatige voordelen en het verbod op dichotomie

– artikel 38 van de Wet van 10 mei 2015 -

Wanneer een derde of een andere beroepsbeoefenaar, op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze, premies, voordelen, uitnodigingen of gastvrijheid aanbiedt, moet u deze als klinisch psycholoog weigeren. U mag deze evenmin zelf aanbieden of toekennen.

Bovendien mag u geen overeenkomsten afsluiten met derden of andere beroepsbeoefenaars waardoor deze laatste op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze winst of andere voordelen bekomen (= dichotomieverbod).

Deze plicht vindt aansluiting bij de volgende artikels uit de deontologische code:

Art.35. De psycholoog vermijdt het oneigenlijk of winst beogend gebruik maken van zijn psychologische kennis. Hij zal geen methodes aanwenden die de betrokken personen schade kunnen toebrengen, die hen raken in hun waardigheid of die verder gaan in hun privéleven dan dit voor het nagestreefde doel vereist is.

Art.43. De psycholoog mag met zijn cliënten of proefpersonen enkel professionele betrekkingen onderhouden. Hij gebruikt zijn positie niet voor proselitisme of vervreemding van de ander. Hij gaat niet in op een verzoek van een derde die een ongeoorloofd of immoreel voordeel nastreeft of die zijn gezag misbruikt bij het inschakelen van zijn diensten.

Terug

 
Deel dit bericht