Belangrijke communicatie n.a.v. het debat dat voortvloeit uit het dossier van mevrouw Bollen

Beste psychologen

Beste collega’s

Het dossier van mevrouw Bollen heeft talrijke vragen, bemerkingen,… met zich meegebracht. Wij wensen hieraan tegemoet te komen, en zo ook ruimte te maken voor dialoog binnen het psychologenberoep, door:

Wij wensen te benadrukken dat wij normaliter niet communiceren over een concreet dossier. Vandaar dat wij in onze vorige communicatie aangaven dat wij niet verder zouden ingaan op het dossier van mevrouw Bollen.

Gelet op het feit dat de inhoud van het dossier intussen uitvoerig in de pers aan bod kwam en gelet op het feit dat mevrouw Bollen het eigenlijke arrest zelf online plaatste, waardoor het arrest circuleert, zijn wij nu de mening toebedeeld dat wij wel degelijk over het dossier kunnen communiceren. Uiteraard beperken wij ons hierbij tot die informatie die ook makkelijk online raadpleegbaar is. Wij reiken u hiervan een samenvatting aan. Op deze manier hopen wij u ook meer duidelijkheid te verschaffen.

Ingeval u nog fundamentele vragen/bemerkingen zou hebben en u vindt geen of geen afdoende antwoord in onderstaande tekst en Q&A nodigen wij u graag uit om u te richten tot feedback@compsy.be. Wij zijn steeds luisterbereid en in de mate van het mogelijke zullen wij ook aan de slag gaan met uw vragen/bemerkingen. U kan uw vragen of bemerkingen ook steeds doorgeven aan uw beroepsvereniging. Op het einde van de maand januari ontmoeten wij de voorzitters van de beroepsverenigingen tijdens onze ronde tafel.

Situering

Op 9 januari 2021 verscheen in de Nederlandstalige pers dat de Nederlandstalige kamer van de Raad van beroep van de Psychologencommissie na een klacht door een collega-psycholoog een waarschuwing uitsprak tegen mevrouw Bollen. De Raad van beroep bevestigde daarmee het vonnis van de Tuchtraad. Een waarschuwing brengt geen directe financiële of operationele gevolgen met zich mee, maar geeft wel aan de betrokken psychologe aan dat meer bedachtzaamheid aangewezen is met het oog op een ethisch correcte beroepsuitoefening.

Deze uitspraak werd als volgt gemotiveerd: (1) het is onverenigbaar met de artikelen 2 en 35, eerste lid van de deontologische code dat mevrouw Bollen haar titel van psycholoog gebruikte op haar webshop met seksspeeltjes en (2) het is onverenigbaar met de artikelen 2 en 39 van de deontologische code dat mevrouw Bollen onder meer een burlesque show presenteerde, een vrouwvriendelijke pornofilm promootte, sexy foto’s op haar Instagramprofiel postte en dit zonder daarbij uitdrukkelijk afstand te nemen van haar profiel als psycholoog. De Raad van beroep oordeelde dat in dergelijke omstandigheden collega-psychologen worden geschaad.

De Raad van beroep beklemtoonde dat mevrouw Bollen er zich bewust van moest zijn dat haar profilering in de publieke ruimte een bepaalde impact kan hebben. Een persoonlijk Instagramprofiel wordt immers ook de publieke ruimte ingestuurd. Wanneer bepaalde houdingen publiekelijk worden aangenomen, worden deze handelingen volgens de Raad van beroep gelinkt aan de professionele context. Hieruit leidde de Raad van beroep af dat ook feiten uit het privéleven van mevrouw Bollen een inbreuk kunnen vormen op de deontologische code.

Hierna besloot mevrouw Bollen om haar inschrijving bij de Psychologencommissie ongedaan te maken, waardoor ze niet langer gerechtigd is om de titel van psycholoog te dragen. Mevrouw Bollen nam ook contact op met het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, met wie zij bekijkt of ze eventueel cassatieberoep zal aantekenen. Verder besliste ze tot het publiekelijk bekendmaken van het arrest van de Raad van beroep dat tegen haar werd geveld, in reactie op een nieuwsartikel van collega Ellen Bisschop, waarbij werd aangegeven dat het arrest geen (of niet louter) betrekking had op ‘te sexy foto’s’. Niets belet haar om dit te doen, vermits het arrest geen gegevens van derden (zoals bijvoorbeeld patiënten/cliënten) bevatte, waardoor het delen van het arrest niet kan worden beschouwd als een schending van het beroepsgeheim.

Op 16 januari 2021 verscheen vervolgens in de Nederlandstalige pers dat een klacht werd ingediend wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag tegen een ander lid van de tuchtinstanties die zetelde in het dossier van mevrouw Bollen. In onderling overleg werd onmiddellijk beslist om dit betrokken lid op non-actief te plaatsen als lid van de tuchtinstanties, wat met zich meebrengt dat hij niet meer zal zetelen binnen deze instanties zolang de tuchtprocedure tegen hem lopende is. Dit betekent niet dat de betrokkene niet meer werkzaam zal zijn als psycholoog. Iedereen is immers onschuldig tot het tegendeel werd bewezen, waardoor niets hem momenteel belet op zijn beroep te blijven uitoefenen.

Vooral het arrest in het dossier van mevrouw Bollen heeft stof doen opwaaien, zowel in de maatschappij in zijn geheel, als binnen onze beroepsgroep. Getuige daarvan zijn de talrijke berichten in de voornamelijk Nederlandstalige pers, op sociale media,… alsook de vele mails die wij kregen binnen de Psychologencommissie. Heel wat personen, al dan niet psychologen, zijn van mening dat de Nederlandstalige kamer van de Raad van beroep een arrest heeft geveld dat niet meer van deze tijd is. Ze menen dat het concept ‘waardigheid’ niet gediend is door te oordelen dat mevrouw Bollen de deontologische code schond, eerder integendeel. Dit is voor de meesten onder hen vooral het geval voor wat betreft het tweede luik van het arrest, met name het presenteren van een burlesque show, het promoten van een vrouwvriendelijke pornofilm en het plaatsen van sexy foto’s op haar Instagramprofiel – zonder uitdrukkelijk afstand te doen van haar profiel als psycholoog.

Positionering Psychologencommissie

  • M.b.t. de uitspraak door de tuchtinstanties in het dossier van mevrouw Bollen

De Psychologencommissie heeft met veel aandacht geluisterd naar alle bemerkingen, bezorgdheden,… die er zijn gekomen naar aanleiding van de uitspraak in het dossier van mevrouw Bollen en heeft ook alle begrip voor de verscheidenheid aan reacties die deze uitspraak met zich heeft meegebracht. Ook onder de ingeschreven psychologen bestaan verschillende meningen, wat uiteraard normaal is. Onze 15.000 ingeschreven psychologen vormen een weerspiegeling van de maatschappij, met diverse standpunten en ideeën over zelfexpressie en professioneel handelen, de invulling van het begrip waardigheid en de grens tussen privé en beroepsmatig handelen. De Psychologencommissie is van mening dat dit een complexe materie is die een sereen debat vereist, die in de eerste plaats binnen de beroepsgroep zelf moet plaatsvinden: een debat voor de psychologen, door de psychologen.

Dit neemt niet weg dat de Psychologencommissie ook wenst te benadrukken dat de tuchtinstanties een onafhankelijke en autonome positie innemen. Er bestaat een strikte scheiding der machten tussen de Psychologencommissie en diens tuchtinstanties. Enkel de tuchtinstanties zijn wettelijk bevoegd om een uitspraak te doen over eventuele inbreuken op de deontologische code.

  • M.b.t. de onafhankelijke en autonome positie van de tuchtinstanties en de invraagstelling van het eigenlijke bestaan van deze tuchtinstanties

Hoewel kritiek kan en mag worden geformuleerd, vindt de Psychologencommissie het enigszins betreurenswaardig dat de onafhankelijke en autonome positie van de tuchtinstanties momenteel onder vuur komt te staan.

Het oproepen tot ontslag of tot gerechtelijke vervolging, het eisen van schadevergoeding, alsook het persoonlijk aanvallen van leden van de tuchtinstanties gaat voor ons een brug te ver.

De Psychologencommissie betreurt ook dat het eigenlijke bestaan van de tuchtinstanties door sommigen in vraag wordt gesteld. Wij zijn ervan overtuigd dat het bestaan van een deontologische code, waarop onafhankelijke tuchtinstanties toezicht houden, het vertrouwen in het psychologenberoep ten goede komt. Wij hebben – zoals reeds vermeld – begrip voor de verscheidenheid aan meningen naar aanleiding van de uitspraak in het dossier van mevrouw Bollen en het feit dat sommigen van mening zijn dat deze uitspraak het vertrouwen in het psychologenberoep juist heeft geschaad. Dit betekent evenwel niet dat het kind met het badwater kan en mag worden weggegooid. Het kan niet worden gerechtvaardigd dat een psycholoog, die bijvoorbeeld het beroepsgeheim zou hebben geschonden, niet tuchtrechtelijk zou kunnen worden gesanctioneerd. Wij wensen ook te beklemtonen dat de uitspraak van de Raad van beroep een tuchtrechtelijke beslissing betreft die gelet op het respect voor de rechtsstaat moet worden gerespecteerd en nageleefd.

De Psychologencommissie is zich er tot slot van bewust dat bepaalde kritiek verder gaat dan het dossier dat betrekking heeft op mevrouw Bollen en meer fundamenteel gaat over de werking van de Psychologencommissie, de deontologische code en de tuchtinstanties. De Psychologencommissie is hieromtrent steeds bereid tot constructieve dialoog met de psychologen en de beroepsverenigingen, met het oog op eventuele wetgevende hervormingen. De Psychologencommissie nodigt de politiek uit om het wettelijke kader te wijzigen volgens de geëigende parlementaire kanalen en dit om bijvoorbeeld meer alternatieve geschillenbeslechting en meer transparantie mogelijk te maken. Eventuele wijzigingen aan de deontologische code worden daarbij tevens niet uitgesloten. Het is namelijk in het belang van de voltallige beroepsgroep dat de psychologen de deontologische regels waartoe zij gehouden zijn, en waarop de tuchtinstanties toezicht uitoefenen, ten volle onderschrijven. De Psychologencommissie zal zich zelf ook proactief opstellen, door contact op te nemen met haar bevoegde voogdijminister, de minister van Middenstand, meneer David Clarinval. De Psychologencommissie aanvaardde bovendien reeds de uitnodiging om in gesprek te gaan met Vlaams minister Bart Somers, bevoegd voor Gelijke Kansen, hoewel de Psychologencommissie niet onder diens toezicht valt.

In onderstaande Q&A wordt bij sommige vragen dieper ingegaan op de bestaande kritiek en de eventuele mogelijkheden tot hervorming.

Q&A

Hieronder vindt u het antwoord op een heel aantal vragen die wij ontvingen binnen de Psychologencommissie, of waarvan wij kennisnamen via sociale media en dergelijke meer. Wij hopen op deze manier zo goed als mogelijk tegemoet te komen aan uw vragen, bemerkingen, bezorgdheden,…

Let wel, wij kunnen geen antwoord formuleren op sommige vragen en dit om de volgende redenen:

  • Wij zijn er vooreerst toe gehouden de onafhankelijkheid van de tuchtinstanties te allen tijde te respecteren, waardoor wij bijvoorbeeld niet kunnen ingaan op vragen/oproepen tot publieke excuses uitgaande van de tuchtinstanties of vragen/oproepen tot eerherstel voor mevrouw Bollen. Wij kunnen om dezelfde reden ook niet ingaan op vragen/oproepen tot ontslag, gerechtelijke vervolging, betalen tot schadevergoeding,… ten aanzien van leden van de tuchtinstanties.
  • Verder zijn wij ook niet op de hoogte van lopende dossiers, gelet op de strikte scheiding der machten die bestaat tussen de Psychologencommissie en diens tuchtinstanties. Dit brengt met zich mee dat wij geen vragen kunnen beantwoorden die betrekking hebben op lopende dossiers, zoals het dossier betreffende het lid van de tuchtinstanties tegen wie een klacht werd ingediend wegens vermeend seksueel grensoverschrijdend gedrag.
  • Tot slot moeten wij ook het wettelijke kader respecteren waarbinnen de Psychologencommissie en diens tuchtinstanties functioneren. Hierdoor kunnen we bijvoorbeeld niet overgaan tot het bekendmaken en publiceren van de uitspraken van de tuchtinstanties – althans niet in niet-geanonimiseerde vorm. Om dezelfde reden kunnen we de persoon die klacht indient niet stelselmatig op de hoogte houden van het verloop van de klacht en kunnen wij niet zelfstandig beslissen tot het doorvoeren van een wijziging van de deontologische code, voor zover dit nodig zou worden geacht.

Wat dit laatste punt betreft, zijn wij – zoals reeds hoger vermeld – wel steeds bereid tot constructieve dialoog, waarbij ons inziens de vraag centraal moet staan welke aanpassingen zich opdringen opdat het wettelijke kader beter aanleunt bij de noden, in de eerste plaats ter bescherming van de patiënt/cliënt.

Hieronder vindt u een antwoord op de volgende vragen:

Door te klikken op de desbetreffende vraag komt u onmiddellijk terecht bij deze vraag.

Hoe ziet het wettelijke kader van de Psychologencommissie eruit?

De Psychologencommissie is een onafhankelijke, publieke instantie op federaal niveau die werd opgericht in uitvoering van de wet van 8 november 1993 totbescherming van de titel van psycholoog. De Psychologencommissie is bevoegd om de officiële lijst van personen bij te houden die de titel van psycholoog mogen dragen. De titel van psycholoog is immers een beschermde beroepstitel en enkel voor zover een universitair diploma in de psychologie werd behaald en een inschrijving bij de Psychologencommissie werd bekomen, mag deze titel worden gehanteerd.[i]Dit geldt voor alle psychologen, ongeacht de sector, de beroepscontext en het statuut waarin zij werkzaam zijn. De titelbescherming beoogt te vermijden dat (1) personen zich uitgeven voor psycholoog zonder daarvoor de vereiste studies te hebben gedaan, op grond waarvan zij de noodzakelijk kennis en competenties hebben verworven om zich zo te profileren en dat (2) dergelijke personen schade zouden berokkenen aan patiënten/cliënten en meer algemeen schade zouden toebrengen aan het imago van het psychologenberoep.

Sinds de oprichting van de tuchtinstanties binnen de Psychologencommissie – door de wetten (I) en (II) tot wijziging van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog, die daartoe in deze laatstgenoemde wet een Hoofdstuk II/1 hebben ingevoegd – en de creatie van een deontologische code voor psychologen – in het koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de psycholoog – is de Psychologencommissie ook bevoegd voor de deontologie van de psychologen.

De Psychologencommissie valt onder het toezicht van de minister van Middenstand, momenteel meneer David Clarinval. Deze keuze werd destijds voornamelijk gemaakt om tegemoet te komen aan het feit dat het merendeel van de psychologen over het zelfstandigenstatuut beschikte.

  • Klik hier indien u de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog wenst te raadplegen, alsook de wijzigingen die aan deze wet werden aangebracht ten gevolge van de oprichting van de tuchtinstanties, meer bepaald de invoeging van een nieuw Hoofdstuk II/1.
  • Klik hier indien u het koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de psycholoog wenst te raadplegen.

Hoe ziet de samenstelling van de Psychologencommissie eruit?

Binnen de Psychologencommissie kunnen verschillende structuren worden onderscheiden:

  • de Plenaire zitting, bestaande uit psychologen, commissieleden afgevaardigd uit verscheidende beroepsverenigingen, voorgezeten door de (plaatsvervangend) voorzitter;
  • het Bureau;
  • het vaste personeel, met inbegrip van de directeur van de Psychologencommissie;
  • de tuchtinstanties (de Tuchtraad en de Raad van beroep) die een onafhankelijke positie innemen. In deze tuchtinstanties zetelen psychologen (ingeschreven psychologen bij de Psychologencommissie) die rechtstreeks verkozen worden door hun collega’s.

Klik hier voor meer gedetailleerde informatie met betrekking tot de samenstelling van de Psychologencommissie.

Waarom zijn de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de Psychologencommissie geen psychologen?

Het klopt dat de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de Psychologencommissie geen psychologen zijn.

De wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog bepaalt uitdrukkelijk dat “de Koning de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de Psychologencommissie benoemt onder de raadsheren in de hoven van beroep en de voorzitters, ondervoorzitters en rechters, titularis of honorair, van de rechtbanken van eerste aanleg, met uitsluiting van de onderzoeksrechters, alsmede onder de eremagistraten van het parket bij deze rechtbanken of de advocaten die sedert ten minste tien jaar op een tabel van de Orde van Vlaamse balies of de Ordre des barreaux francophones et germanophone zijn ingeschreven”.

Samengevat moeten de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de Psychologencommissie dus magistraat zijn of gedurende minstens tien jaar advocaat.

Dat de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de Psychologencommissie volgens de wet geen psychologen mogen zijn, hoeft ook niet te verbazen. Ingeval de wetgever beslist tot het overdragen van bevoegdheden aan een onafhankelijk orgaan, wat in het geval van de Psychologencommissie het geval is voor de titelbescherming en deontologie van de psycholoog, staat daar normaliter tegenover dat er in een ‘externe’ controle wordt voorzien. Dit is voor alle ordes en instituten het geval. Voor de Psychologencommissie bestaat dergelijke externe controle er enerzijds in dat de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter geen psycholoog mogen zijn, maar wel – zoals vermeld – magistraat of minimum tien jaar advocaat. Daarnaast bestaat dergelijke externe controle er ook in dat tegen de arresten van de Raad van beroep (Nederlandstalige en Franstalige kamer) cassatieberoep kan worden aangetekend. Ingeval van cassatieberoep spreekt een rechterlijke instantie buiten de Psychologencommissie zich uit, met name het Hof van Cassatie.

Verder kan het feit dat de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter geen psycholoog zijn ook het beroep ten goede komen. Een ‘extern’ persoon (lees: niet-psycholoog) kan de nodige neutraliteit aan de dag leggen, wat voor een psycholoog mogelijks moeilijker kan liggen.

Hoe worden de psychologen vertegenwoordigd in de Psychologencommissie?

De psychologen worden via afgevaardigden van bepaalde beroepsverenigingen vertegenwoordigd binnen de Plenaire Zitting van de Psychologencommissie.

Het gaat hierbij om de volgende beroepsverenigingen, die om in aanmerking te komen om afgevaardigden te sturen naar de Plenaire Zitting van de Psychologencommissie door de minister van Middenstand moeten worden erkend als voldoende representatief:

  • De Belgische Federatie van Psychologen (BFP);
  • L’Association des Psychologues Praticiens d’Orientation Psychanalytique (APPPsy) ;
  • L’Union Professionnelle des Psychologues (UPPsy-BUPsy).

Klik hier indien u meer informatie wenst over de criteria die de minister van Middenstand in aanmerking neemt om te oordelen of een beroepsvereniging al dan niet als voldoende representatief wordt beschouwd om afgevaardigden te sturen naar de Plenaire Zitting van de Psychologencommissie.

Tijdens de Plenaire Zitting, die driemaandelijks plaatsvindt, worden de belangrijke beslissingen genomen inzake strategische oriëntering van de Psychologencommissie. De aanvragen tot inschrijving op de officiële lijst van psychologen op basis van een buitenlands diploma worden hier ook behandeld.

In de Plenaire Zitting zetelen 45 afgevaardigden van de erkende beroepsfederaties. Deze personen, allen ingeschreven psycholoog op de lijst, belichamen de verschillende sectoren binnen de beroepsgroep: (1) school, (2) arbeid en organisatie, (3) klinisch en (4) hoger onderwijs en onderzoek. Elke professionele sector wordt zowel door Franstalige als Nederlandstalige psychologen vertegenwoordigd.

Er zijn zowel effectieve leden, raadgevende leden als hun plaatsvervangers. Enkel de effectieve leden en hun plaatsvervangers kunnen stemmen. De plaatsvervangers worden samen met de effectieve en raadgevende leden aangewezen. Het zijn vertegenwoordigers van dezelfde beroepsvereniging en van dezelfde professionele sector. Zij zetelen telkens bij verhindering van een effectief of raadgevend lid. Wanneer een effectief of raadgevend lid ontslag neemt of overlijdt, valt deze opvolger in tot aan het einde van het mandaat.

Wat is het verschil tussen de inschrijving bij de Psychologencommissie enerzijds en het visum en de erkenning anderzijds, respectievelijk te bekomen bij de FOD Volksgezondheid en de gemeenschappen?

Inschrijving: voor alle psychologen die de titel dragen, met inbegrip van de klinisch psychologen

De inschrijving bij de Psychologencommissie laat u toe om de titel van psycholoog, of een titel die daarmee is samengesteld – zoals deze van klinisch psycholoog of schoolpsycholoog, te dragen.

Via de inschrijving is de psycholoog gehouden tot naleving van de deontologische code. De tuchtinstanties van de Psychologencommissie zijn bevoegd om uitspraak te doen over eventuele inbreuken op deze deontologische code.

Visum en erkenning: enkel voor de klinisch psychologen

De klinisch psycholoog moet als beoefenaar van een gezondheidszorgberoep beschikken over een visum, uitgereikt door de FOD Volksgezondheid, om de klinische psychologie te mogen beoefenen. Het visum vormt de toelating en een eerste stap om als psycholoog de klinische psychologie te mogen beoefenen.

De klinisch psycholoog moet als uitoefenaar van een gezondheidszorgberoep ook beschikken over een erkenning, voor Nederlandstaligen uitgereikt door het Agentschap Zorg en Gezondheid, om de klinische psychologie te mogen beoefenen. Dat het Agentschap Zorg en Gezondheid bevoegd is voor de erkenning, valt te verklaren door de zesde staatshervorming, die deze bevoegdheid van het federale niveau heeft overgeheveld naar het niveau van de gemeenschappen.

De erkenning betreft een controle dat u over de juiste kwalificaties en competenties beschikt om als psycholoog de klinische psychologie te kunnen uitoefenen.

Klik hier indien u meer gedetailleerde informatie wenst over het onderscheid tussen de inschrijving, het visum en de erkenning.

Hoe verloopt de tuchtprocedure?

De tuchtprocedure verloopt in opeenvolgende stappen:

  • In een eerste stap wordt klacht ingediend.
  • In een tweede stap bepaalt de Tuchtraad of deze klacht ontvankelijk is. Opdat een klacht ontvankelijk is, moet aan de volgende drie cumulatieve voorwaarden zijn voldaan:
    • De klacht moet betrekking hebben op een psycholoog ingeschreven op de lijst;
    • De feiten waarop de klacht betrekking heeft, moeten hebben plaatsgevonden vanaf 26 mei 2014 (de datum waarop de deontologische code in werking is getreden);
    • De klacht moet betrekking hebben op het beroepsmatige handelen van de psycholoog, of over feiten uit zijn privéleven die daarop een weerslag kunnen hebben.
  • In een derde stap wordt de beklaagde psycholoog op de hoogte gebracht van de klacht. Hij/zij krijgt hierbij de kans om zich schriftelijk te verdedigen.
  • In een vierde stap wordt de beklaagde psycholoog uitgenodigd voor de hoorzitting, waarop de schriftelijke verdediging nog verder mondeling kan worden toegelicht.
  • In een vijfde stap neemt de Tuchtraad een beslissing.
  • Ingeval de Tuchtraad beslist dat geen schending van de deontologische code kan worden weerhouden, is de tuchtprocedure afgelopen.
  • Ingeval de Tuchtraad beslist dat wel een schending van de deontologische code kan worden weerhouden, kan de beklaagde psycholoog die werd gesanctioneerd desgewenst in beroep gaan. De Raad van beroep zal zich dan vervolgens buigen over het dossier. Hierna bestaat nog de mogelijkheid tot cassatieberoep

Klik hier indien u meer gedetailleerde informatie wenst over het verloop van de tuchtprocedure.

Hoe ziet de (gender)samenstelling van de leden van de tuchtinstanties eruit?

Elke kamer (Nederlandstalig en Franstalig) van de Tuchtraad en de Raad van beroep is samengesteld uit een voorzitter (of voor zover deze niet kan zetelen een plaatsvervangend voorzitter) en drie effectieve leden (of voor zover één van deze of meerdere van deze niet kunnen zetelen hun plaatsvervangers).

De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter worden door de Koning benoemd voor een termijn van zes jaar. Het moet gaan om een werkend of eremagistraat of door een advocaat die sedert ten minste vijf jaar is ingeschreven op het tableau van de Orde van Vlaamse Balies of de Orde van de Frans- en Duitstalige Balies.

De drie effectieve leden en hun plaatsvervangers zijn psychologen die ook voor een termijn van zes jaar rechtstreeks worden verkozen door alle ingeschreven psychologen (zie hieronder: vraag ix)

De gendersamenstellingvan de leden van de tuchtinstanties weerspiegelt de gendersamenstelling in het psychologenberoep. Met andere woorden, er zetelen meer vrouwen dan mannen.

Wie kan worden verkozen als lid van de tuchtinstanties? Wordt daarbij geen rekening gehouden met klachten/tuchtrechtelijke veroordelingen?

Wie kan worden verkozen als lid van de tuchtinstanties ligt vast bij koninklijk besluit, meer bepaald het koninklijk besluit van 8 juli 2014 tot bepaling van de voorwaarden tot de verkiesbaarheid van de leden van de Tuchtraad en de Raad van beroep, de regels van hun verkiezing, de werkingsregels en samenstelling van de Tuchtraad en de Raad van beroep, alsook de werkingskosten van de Psychologencommissie, de Tuchtraad en de Raad van beroep, in uitvoering van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog.

Samengevat, om te kunnen worden verkozen als lid van de tuchtinstanties moet worden voldaan aan de volgende twee cumulatieve voorwaarden:

  • Het kandidaat-lid van de tuchtinstanties moet minstens drie jaar ingeschreven zijn op de lijst bijgehouden door Psychologencommissie;
  • Het kandidaat-lid mag geen tuchtstraf hebben opgelopen, tenzij hij/zij in ere werd hersteld.

Klik hier indien u dit koninklijk besluit wenst te raadplegen.

Dit betekent dat dus wel degelijk rekening wordt gehouden met een eventuele tuchtrechtelijke veroordeling. Ingeval een tuchtrechtelijke veroordeling werd opgelopen, wordt de kandidatuur om lid te worden van de tuchtinstanties immers niet aanvaard (behoudens in het uitzonderlijke geval dat eerherstel werd uitgesproken).

Met een lopende klacht of lopende klachten wordt evenwel geen rekening gehouden. Hoewel wij er begrip voor hebben dat er stemmen opgaan om hiermee rekening te houden, zeker ingeval de feiten waarop de klacht(en) betrekking hebben mogelijks van ernstige aard zijn, is dit niet mogelijk. Elke persoon is immers onschuldig tot het tegenovergestelde is bewezen. Rekening houden met een lopende klacht of lopende klachten zou bijgevolg ingaan tegen het vermoeden van onschuld, een principe dat te allen tijde moet worden geëerbiedigd.

Hoe worden de leden van de tuchtinstanties verkozen?

De leden van de tuchtinstanties (noteer dat het hier gaat om de leden, niet de voorzitters en plaatsvervangend voorzitters), worden rechtstreeks verkozen door alle ingeschreven psychologen voor een termijn van zes jaar.

Daarvoor werden recentelijk nog verkiezingen georganiseerd, met name in september 2020. De nieuwe leden van de tuchtinstanties zetelen sinds 24 december 2020.

De regels met betrekking tot het verloop van de verkiezingen liggen vast bij koninklijk besluit. Het gaat met name om het koninklijk besluit van 8 juli 2014 tot bepaling van de voorwaarden tot de verkiesbaarheid van de leden van de Tuchtraad en de Raad van beroep, de regels van hun verkiezing, de werkingsregels en samenstelling van de Tuchtraad en de Raad van beroep, alsook de werkingskosten van de Psychologencommissie, de Tuchtraad en de Raad van beroep, in uitvoering van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog.

Wij zijn ons ervan bewust dat heel wat ingeschreven psychologen hun stem niet hebben uitgebracht, wat wij betreuren. Bovenstaand koninklijk besluit bevat geen regels met betrekking tot de manier waarop een stem moet worden uitgebracht, met name schriftelijk of elektronisch. De Psychologencommissie zal met het oog op de volgende verkiezingen intern reflecteren over de vraag of het elektronisch stemmen de deelnemingsgraad van de psychologen aan de verkiezingen zou kunnen verhogen. Andere voorstellen om de deelnemingsgraad van de psychologen in het verkiezingsproces te verhogen, zijn uiteraard ook steeds welkom.

Worden de uitspraken van de tuchtinstanties gepubliceerd of op een andere manier bekendgemaakt?

Wat betreft de bekendmaking van de uitspraken van de tuchtinstanties dient een onderscheid te worden gemaakt tussen:

  • Het overmaken van een kopie van de uitspraak aan de klager;
  • Het overmaken van een kopie van de uitspraak aan de beklaagde psycholoog;
  • De eigenlijke publicatie van de uitspraak.

De klager wordt niet op de hoogte gehouden van het verloop van de tuchtprocedure. De klager krijgt ook geen kopie van de uitspraak. Wij zijn ons ervan bewust dat er een grote vraag bestaat naar meer transparantie, onder meer in die zin dat een kopie van de uitspraak zou worden bezorgd aan de klager. Wij bekijken hoe we met deze vraag/bezorgdheid verder aan de slag kunnen.

De beklaagde psycholoog krijgt uiteraard wel een kopie van de uitspraak. Het is geheel logisch dat de beklaagde psycholoog geïnformeerd wordt van de beslissing die ten aanzien van hem/haar werd genomen en de motivering die daaraan ten grondslag ligt.

Sommige uitspraken van de tuchtinstanties worden door de studiedienst van de Psychologencommissie geanonimiseerd ter publicatie. Deze zijn voor de psychologen raadpleegbaar in hun persoonlijk profiel op de website van de Psychologencommissie. Voor de keuze van de uitspraken wordt onder meer rekening gehouden met het pedagogische aspect (i.e. kan de uitspraak interessant zijn voor alle psychologen?), de vraag of een gelijkaardige uitspraak reeds werd gepubliceerd (uiteraard is het immers interessanter om ‘nieuwe’ uitspraken te publiceren), de mogelijkheid tot anonimisering (ingeval het om een heel mediatieke zaak gaat, ligt anonimisering bv. heel moeilijk, waardoor de zaak in beginsel niet meer voor publicatie vatbaar is),…

De geanonimiseerde publicatie van bepaalde uitspraken heeft in de eerste plaats tot doel om de psychologen zo goed mogelijk te informeren van hun concrete deontologische verplichtingen. De regels vervat in de deontologische code zijn soms voor interpretatie vatbaar. Dit is geheel normaal. Een wettelijk kader is immers een geheel aan abstracte regels, die verder in concrete situaties moet worden toegepast. Het zijn de tuchtinstanties die bevoegd zijn om uitspraak te doen over vermeende schendingen van de deontologische code en die dus bevoegd zijn om een verdere concretere invulling te geven aan hoe deze abstracte regels in een specifiek geval moeten worden geïnterpreteerd. De geanonimiseerde publicatie kan bijgevolg voor alle psychologen interessant zijn.

Welke sancties kunnen de tuchtinstanties van de Psychologencommissie uitspreken?

De sancties die de tuchtinstanties kunnen uitspreken liggen vast bij wet.

Drie mogelijke sancties kunnen worden uitgesproken:

  • De waarschuwing, die geen directe financiële of operationele gevolgen met zich meebrengt, maar wel een signaal vormt naar de beklaagde psycholoog toe dat extra bedachtzaamheid aangewezen is met het oog op een ethisch correcte beroepsuitoefening;
  • De schorsing, die het verbod om de titel van psycholoog te dragen met zich meebrengt en dit voor een termijn van maximaal 24 maanden;
  • De schrapping, die het verbod om de titel van psycholoog te dragen met zich meebrengt en dit onbeperkt in de tijd, tenzij eerherstel zou worden uitgesproken. Er kan ten vroegste verzocht worden om eerherstel vijf jaar na de uitspraak tot schrapping.

Welke gevolgen vloeien voort uit de uitspraak in het dossier van mevrouw Bollen voor alle psychologen?

Het valt moeilijk af te leiden uit de motivering in het arrest van de Nederlandstalige kamer van de Raad van beroep tegen mevrouw Bollen, wat de concrete gevolgen zijndie hieruit voortvloeien voor alle psychologen.

De titel van psycholoog gebruiken om (mogelijks) meer winst te maken met een webshop voor seksspeeltjes kan volgens de Raad van beroep niet.

Of hetzelfde geldt voor het gebruik van de titel van psycholoog om een zelfgeschreven boek bijvoorbeeld te promoten – een vraag die we veelvuldig kregen, is niet geheel duidelijk. Verdere rechtspraak van de tuchtinstanties zal hierover uitsluitsel moeten geven.

In elk geval is bijzondere waakzaamheid steeds aangeraden ingeval de titel van psycholoog wordt gebruikt voor winstgevende activiteiten. Artikel 35, eerste lid van de deontologische code luidt als volgt: “De psycholoog vermijdt het oneigenlijk of winst beogend gebruik maken van zijn psychologische kennis.”

Bestaat er reeds een vorm van alternatieve geschillenbeslechting, los van de procedure die gevoerd kan worden voor de tuchtinstanties en zo ja, wat houdt dit concreet in?

Ja, het is reeds mogelijk om een bemiddeling bij de Psychologencommissie aan te vragen.

Dit kan met name, ingeval:

  • Eén van de partijen een ingeschreven psycholoog is;
  • Er nog geen klacht werd ingediend bij de tuchtinstanties;
  • Er geen gerechtelijke procedure lopende is, wat bijvoorbeeld het geval is bij een echtscheidingsprocedure.

Klik hier voor meer gedetailleerde informatie over de bemiddeling.

Wij zijn ons bewust naar de vraag tot een verruimde toepassing van de bemiddeling. Wij bekijken de mogelijkheden om het wettelijke kader zo aan te passen dat bemiddeling steeds wordt voorgesteld bij aanvang van de tuchtprocedure, uiteraard voor zover de klager en de beklaagde psycholoog daarmee akkoord gaan, zoals bijvoorbeeld het geval is in bepaalde familierechtelijke aangelegenheden.

Wat is de deontologische code? Hoe kwam deze tot stand en hoe kan deze worden gewijzigd?

De deontologische code voor psychologen ligt verankerd in het koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de psycholoog en vormt een geheel aan gedragsregels en normen van toepassing op alle psychologen, ongeacht de sector, de beroepscontext en het statuut waarin zij werkzaam zijn.

Van de bepalingen in de deontologische code kan niet contractueel worden afgeweken. Ingeval een individueel arbeidscontract bepalingen zou bevatten die in strijd zijn met de deontologische code, moet de deontologische code bijgevolg worden toegepast – en niet de desbetreffende bepaling(en) in het individuele arbeidscontract. De regels in de deontologische code hebben tot doel:

  • Het publiek te beschermen;
  • De waardigheid en integriteit van het beroep te beschermen;
  • De kwaliteit van de diensten te garanderen van de personen die gerechtigd zijn om de titel van psycholoog te dragen.

Klik hier voor een meer gedetailleerde uiteenzetting over de veranderingen die bij deze wijziging werden doorgevoerd.

Een koninklijk besluit kan enkel worden aangenomen indien een wet daartoe in de mogelijkheid voorziet. Voor de aanneming van het bovenstaand koninklijk besluit van 2 april 2014 was dit het geval met artikel 8/1 van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog, die luidt als volgt: “De personen ingeschreven op de lijst […] zijn onderworpen aan deontologische regels die vastgelegd worden door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na het advies van de Commissie te hebben ingewonnen.”

Op grond hiervan werd op uitnodiging van onze toenmalige minister van Middenstand, Sabine Laruelle, een werkgroep samengesteld. Onder leiding van een jurist van de FOD Economie werkten ervaren psychologen van de beroepsverenigingen BFP en APPPsy[ii]een eerste voorstel uit, gebaseerd op de reeds bestaande code van de BFP. Vervolgens vroeg de minister adviezen over dit voorstel aan de Psychologencommissieen de Raad van State, zoals voorzien in de wetteksten ter zake. Na verwerking van beide adviezen werd de code uiteindelijk goedgekeurd door de Ministerraad en gepubliceerd in het Staatsblad.

De deontologische code werd reeds één maal gewijzigd, met name door het koninklijk besluit van 4 juni 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de psycholoog. Deze wijziging kwam er voornamelijk om tegemoet te komen aan een mogelijke onverenigbaarheid met en onduidelijkheid omtrent de regels inzake het beroepsgeheim, vervat in artikel 458 van het Strafwetboek.

Vermits de deontologische code verankerd ligt in een koninklijk besluit, is het niet evident om de deontologische code te wijzigen. Naast de politieke bereidheid om de deontologische code te wijzigen, moet er ook voldoende draagvlak voor onder alle psychologen. Dit neemt niet weg dat wij steeds bereidzijn tot constructieve dialoog met het oog op eventuele wijzigingen van de deontologische code.

Wij zijn ons ervan bewust dat discussies bestaan over het begrip ‘waardigheid’in de deontologische code, waarvan de invulling voor interpretatie vatbaar is en waarvan de invulling ook evolueert doorheen de tijd. Hetzelfde geldt voor het begrip ‘integriteit’. Dergelijke discussies kunnen gevoerd worden, evenwel los van het dossier van mevrouw Bollen. Wij hebben kennisgenomen van de oproep tot het afschaffen en/of de oproep tot het meer concretiseren van deze vage begrippen bij sommige van onze ingeschreven psychologen. Het spreekt voor zich dat een exacte definiëring van deze begrippen moeilijk ligt en dat een precieze invulling ervan ook afhankelijk is van de concrete omstandigheden van de zaak. Evenwel zou bijvoorbeeld kunnen worden geopperd dat ‘waardigheid’ en ‘integriteit’ enkel nog een rol zouden kunnen/mogen spelen voor zover deze de bescherming van de patiënt/cliënt dienen.

Referenties

[i] Noteer dat er een aantal uitzonderingen bestaan op de vereiste van een universitair diploma in de psychologie in de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog, die in 2021 evenwel normaliter geen toepassing meer kunnen vinden. Het gaat enerzijds om het niet-universitair diploma van adviseur inzake de beroepskeuze behaald voor 13 januari 1947. Het gaat anderzijds om een aantal overgangsrechtelijke maatregelen, waarbij de aanvraag ten laatste voor 31 december van het tweede jaar volgend op de bekendmaking van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog (i.e. voor 31 december 1996) moest geschieden. In theorie kunnen aanvragen tot inschrijving nog worden ingediend voor personen die een diploma van adviseur inzake de beroepskeuze hebben behaald voor 13 januari 1947. In de praktijk lijkt dit evenwel hoogst onwaarschijnlijk. Andere niet-universitaire diploma’s die vielen onder het overgangsrecht zijn sowieso niet meer mogelijk, vermits de deadline voor dergelijke aanvragen is verstreken.

[ii] Noteer dat de beroepsvereniging UPPsy-BUPsy, die nu deel uitmaakt van de Plenaire Zitting van de Psychologencommissie (zie hoger), toen nog niet werd erkend door de minister van Middenstand als ‘erkende beroepsvereniging’. Vandaar werd UPPsy-BUPsy destijds niet betrokken in deze werkgroep.


 
Deel deze pagina