Deontologische code1. Inleiding 2. Een Europese basis 3. De Belgische Deontologische Code 3.1. Beroepsgeheim 3.2. Eerbiediging van de waardigheid en de rechten van de persoon 3.3. Verantwoordelijkheid 3.4. Professionele Competentie 3.5. Integriteit en eerlijkheid 4. Conclusie
|
1. Inleiding Het Koninklijk Besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de psycholoog, dat de Deontologische Code voor Psychologen invoerde, is de eerste tekst die bindende deontologische regels oplegt aan alle psychologen in België.
Het doel van deze tekst is om cliënten/patiënten te beschermen tegen ongepaste praktijken en te garanderen dat ethisch en professioneel gehandeld wordt door psychologen. De Code voorkomt misbruik, biedt psychologen een gemeenschappelijk normenkader en ondersteunt hen in het ethisch uitoefenen van hun beroep. In het kader van psychologische begeleiding, waar cliënten/patiënten vaak kwetsbaar zijn, is deze Code cruciaal. Ze draagt bij aan de professionalisering van het beroep van psycholoog, verduidelijkt de verwachtingen voor zowel psychologen als andere professionals en versterkt het vertrouwen van de samenleving in het werk en de integriteit van psychologen. De Belgische Deontologische Code die we vandaag kennen, werd dan ook geschreven met een aantal kernwaarden in het achterhoofd, die in lijn staan met dat doel. Daarbij gaat het specifiek over het beroepsgeheim, eerbiediging van de waardigheid en de rechten van de persoon, professionele bekwaamheid, verantwoordelijkheid en professionele integriteit. Het doel van deze nieuwsbrief is om wat dieper in te gaan op deze kernwaarden, waarom ze centraal staan in de Code en hun toepassing in de praktijk.
|
|
|
|
2. Een Europese basis De European Federation of Psychologists’ Associations (EFPA) is de overkoepelende organisatie voor nationale organisaties voor psychologen in Europa. Ze heeft een Meta-Code of Ethics opgesteld, met als doel een referentiekader te bieden voor leden om de ontwikkeling van hun eigen ethische codes te bevorderen.
In de Model Code van de EFPA, die gebaseerd is op de Meta-Code of Ethics, zijn vier kernwaarden vervat: Respect for individual rights and dignity Professional competence Responsibility Professional integrity
Hieronder zal dieper worden ingegaan op de Belgische Deontologische Code en zal duidelijk worden op welke manier de Meta-Code of Ethics heeft gediend als bron van inspiratie.
3. De Belgische Deontologische Code
De Belgische Deontologische Code werd geschreven met vijf kernwaarden in het achterhoofd en bevat 43 artikels in totaal, die elk toegewezen werden aan één van de kernwaarden:
Beroepsgeheim (artikelen 5-20)Eerbiediging van de waardigheid en de rechten van de persoon (artikelen 21-24)Verantwoordelijkheid (artikelen 25-29)Professionele bekwaamheid (artikelen 30-34)Integriteit en eerlijkheid (artikelen 35-51)
Hieronder zal elke kernwaarde apart ontleed worden en zal aangetoond worden hoe ze in de praktijk geïmplementeerd worden.
3.1 Beroepsgeheim
Het beroepsgeheim is één van de kernwaarden die vervat zijn in onze Deontologische Code en die in de praktijk de grootste belangstelling krijgt. Dit is niet noodzakelijk te wijden aan lacunes in de regels met betrekking tot het beroepsgeheim, maar eerder aan het feit dat de implementatie van het beroepsgeheim in de praktijk niet zo rechtlijnig verloopt.
Naleving van deze geheimhoudingsplicht is vastgelegd in artikel 458 van het Strafwetboek en artikel 5 van de Deontologische Code. Psychologen worden dan ook verwacht deze regel zeer serieus te nemen.
Kort samengevat houdt het beroepsgeheim voor psychologen in dat zij optreden als vertrouwenspersonen van hun cliënten/patiënten en dat zij ertoe gehouden zijn geen vertrouwelijke informatie bekend te maken buiten het geval dat zij daartoe geroepen zijn door de wet of om in rechte getuigenis af te leggen. De inhoud van het beroepsgeheim omvat alles wat de psycholoog verneemt tijdens de uitoefening van zijn/haar beroep.
Het beroepsgeheim beschermt drie belangen:
De individuele belangen: bescherming van de privacy van de cliënt/patiënt.
De beroepsbelangen: het is de garantie waarover de psycholoog beschikt om zijn opdracht tot een goed einde te kunnen brengen. Het is een middel om personen van wie bepaalde gedragingen afkeurenswaardig zijn, niet uit te sluiten uit het werkgebied van de psycholoog.
Het publieke en maatschappelijke belang: het beschermen van zowel de cliënt/patiënt als de psycholoog zorgt ervoor dat de sociale cohesie zoveel mogelijk in stand wordt gehouden.
|
|
Praktisch voorbeeld
De Tuchtraad deed een uitspraak die de draagwijdte van het beroepsgeheim belicht. In deze zaak werd een psycholoog voor een maand geschorst wegens een schending van het beroepsgeheim tegenover een derde partij.
In de zaak in kwestie werd door een derde partij een aantal vragen gesteld aan een psycholoog over een persoon (fictieve naam: Tom) die een hechte relatie had met de psycholoog, zonder ooit cliënt te zijn geweest. De partner van Tom (fictieve naam: Julie) was wel in begeleiding bij de psycholoog.
De psycholoog beantwoordde de vragen van de derde partij over Tom, in de overtuiging dat deze het beroepsgeheim niet schond. Hoewel Tom niet in begeleiding was bij de psycholoog, was diens partner wel in begeleiding, wat ervoor zorgde dat het beroepsgeheim en de discretieplicht hier wel van toepassing waren op de informatie over Tom, die Julie aan de psycholoog verkondigde tijdens haar begeleidingstraject.
Uit deze zaak blijkt dat beschermde informatie verder kan strekken dan aanvankelijk werd verondersteld.
|
|
|
|
|
3.2 Eerbiediging van de waardigheid en de rechten van de persoon Het is belangrijk dat de psycholoog respect toont voor de fundamentele rechten en waardigheid van ieder individu, en zijn/haar expertise nooit gebruikt om te schaden of onderdrukken. Zo respecteert de psycholoog de kennis en ervaring van cliënten/patiënten, collega’s en andere betrokkenen, en houdt hij/zij rekening met individuele, culturele en rolgebonden verschillen zoals geslacht, afkomst, religie, leeftijd en sociale status. De psycholoog erkent de kwetsbaarheid van bepaalde personen en groepen en handelt hiernaar.
Een belangrijk aspect van de eerbiediging van de waardigheid en de rechten van een persoon is het recht op zelfbeschikking en autonomie. Een psycholoog dient dit recht dan ook te verdedigen, zelfs wanneer dit toegepast wordt op het recht van de cliënt/patiënt om een professionele relatie aan te vangen of te beëindigen (art. 23, §1 Deontologische Code). Daarbij hoort het recht van de cliënt/patiënt om een begrijpelijke en waarheidsgetrouwe beschrijving te ontvangen van de methodes die door de psycholoog worden gehanteerd (art. 21, §3 Deontologische Code).
Uiteraard zijn er een aantal uitzonderingen op het recht van de cliënt/patiënt om in alle onafhankelijkheid al of niet voor een psycholoog te kiezen, en op om het even welk ogenblik zijn/haar deelname te onderbreken. Eén van die uitzonderingen is wanneer een psycholoog in opdracht handelt van een overheid die wettelijk bevoegd is dergelijke opdrachten te geven (art. 23, §2 Deontologische Code). De cliënt/patiënt heeft wel altijd het recht op de hoogte te worden gesteld van alle gevolgen die mogelijks kunnen voortvloeien uit de professionele relatie (art. 23, §3 Deontologische Code), ook wanneer deze daartoe wordt gedwongen.
Een andere uitzondering is wanneer een wettelijke vertegenwoordiger verzoekt om een raadpleging voor een minderjarige of voor een wettelijk beschermde meerderjarige die onder diens gezag staat. In dergelijke gevallen probeert de psycholoog zich, in de mate van het mogelijke, te vergewissen van de inlichting en de toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger(s) (art. 23, §5 Deontologische Code).
|
|
Praktisch voorbeeld
Een deontologisch principe dat veel voorkomt in de praktijk is de toestemming van beide ouders m.b.t. de begeleiding van hun minderjarig kind.
Artikel 23, §5 van de Deontologische Code stelt onder meer dat wanneer een wettelijke vertegenwoordiger verzoekt om een raadpleging voor een minderjarige, de psycholoog zich vergewist van de inlichting en de toestemming van alle wettelijke vertegenwoordigers. Het Burgerlijk Wetboek bepaalt in artikel 373 en 374 dat elke ouder ten opzichte van derden te goeder trouw verondersteld wordt te handelen met de andere ouder wanneer hij/zij, alleen, een handeling stelt die verband houdt met het ouderlijk gezag.
Zo benadrukt de Tuchtraad in tal van zaken dat de psycholoog, in overeenstemming met artikel 15 van de Deontologische Code, steeds dient na te gaan of er sprake is van een conflictueuze context tussen beide ouders die het ouderlijk gezag uitoefenen. Indien de psycholoog in het kader van de begeleiding van een minderjarige vaststelt dat er sprake is van een conflictueuze situatie, dan kan de psycholoog zich niet meer beroepen op het vermoeden van artikel 373 en 374 van het Burgerlijk Wetboek en dient de toestemming van beide ouders te worden bekomen alvorens de begeleiding van de minderjarige aangevat kan worden.
Deze regel is echter niet van toepassing wanneer de minderjarige over voldoende wilsbekwaamheid beschikt om zelfstandig zijn rechten uit te oefenen. Het onderscheidingsvermogen van de minderjarige vereist een beoordeling door de psycholoog. In dit geval gaat de Tuchtraad na of de psycholoog het onderscheidingsvermogen van de minderjarige zorgvuldig heeft beoordeeld. Voor meer informatie over de begeleiding van minderjarigen kunt u onze nieuwsbrief over dit onderwerp raadplegen.
|
|
|
|
|
3.3
Verantwoordelijkheid
Een psycholoog is persoonlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit en de gevolgen van zijn/haar professioneel handelen, maar is hij/zij er tegelijk van bewust dat anderen hem/haar zien als vertegenwoordiger van het hele beroep.
Omdat psychologen in de samenleving een belangrijke rol vervullen, moeten zij zich bewust zijn van de gevolgen van hun werk en hun professionele deskundigheid en invloed inzetten in het belang van hun cliënten/patiënten. Zo neemt de psycholoog in het kader van zijn/haar competenties persoonlijk verantwoordelijkheid op voor de keuze, de toepassing en de gevolgen van de methodes en technieken die hij/zij toepast (art. 25 Deontologische Code). De verantwoordelijkheid die de psycholoog persoonlijk opneemt voor zijn/haar professionele adviezen houdt een inspanningsverbintenis in en geen resultaatsverbintenis.
Daarnaast is het vanuit een deontologische invalshoek belangrijk voor psychologen om de continuïteit van de professionele diensten die zij aan cliënten/patiënten verstrekken te verzekeren, wat mede behoort tot de verantwoordelijkheid van de psycholoog.
|
|
Praktisch voorbeeld
De continuïteit van de zorg is een principe dat blijft terugkomen in de praktijk. Zo heeft elke psycholoog, krachtens artikel 29 van de Deontologische Code, de verplichting om de continuïteit van de professionele diensten die hij/zij aan cliënten verstrekt te verzekeren, met inbegrip van de medewerking met andere beroepen. De psycholoog wordt verwacht de nodige maatregelen te nemen wanneer hij/zij zijn professionele verbintenis moet opschorten of beëindigen.
Het is niet zeldzaam dat psychologen, om tal van redenen, in bepaalde situaties beslissen de begeleiding van een cliënt stop te zetten. Dit kan te maken hebben met belangenconflicten, moreel onvermogen, gebrek aan objectiviteit, overschrijding van de professionele relatie, enz. In voormelde gevallen is het zelfs een verplichting om een cliënt door te verwijzen naar een vakgenoot (art. 34 Deontologische Code).
Als gevolg van de beëindiging van de begeleiding gebeurt het ongelukkigerwijze vaak dat de continuïteit van de zorg niet wordt gegarandeerd door de psycholoog die een einde maakt aan de begeleiding, en dat cliënten geconfronteerd worden met een abrupte stopzetting zonder alternatief. Ongeacht de reden die aanleiding zou kunnen geven tot een abrupte stopzetting van een begeleidingstraject, resulteert dit vaak in een klacht bij de Psychologencommissie.
|
|
|
|
3.4 Professionele Competentie Het werk van de psycholoog is gebaseerd op wetenschap en professionele ervaring. Vanuit een deontologische invalshoek wordt van psychologen verwacht dat zij voortdurend streven naar het verder ontwikkelen van hun professionele bekwaamheid door actief betrokken te zijn bij de ontwikkeling van de psychologie als wetenschap en als beroep.
Met betrekking tot dit deontologisch kader werpt deze nieuwsbrief vooral een blik op de volgende aandachtspunten:.
Psychologen blijven hun professionele bekwaamheid verder ontwikkelen (art. 30 Deontologische Code).
Psychologen cultiveren bewustwording van hun professionele en persoonlijke sterktes en zwaktes om hun bekwaamheid op realistische wijze te kunnen inschatten bij het aannemen van opdrachten (art. 31 Deontologische Code).
Psychologen aanvaarden enkel opdrachten, bieden enkel diensten aan en passen enkel methodes toe waarvoor zij voldoende bekwaam zijn (art. 32 Deontologische Code). Psychologen houden rekening met beperkingen in de door hen aangewende procedures en methodes, en verwijzen cliënten/patiënten in voorkomend geval door naar andere beroepsbeoefenaars die van voldoende bekwaamheid getuigen (art. 33 Deontologische Code).
Daarnaast is het belangrijk te vermelden dat er in de Deontologische Code een wettelijke verplichting bestaat voor psychologen om hun cliënten/patiënten door te verwijzen naar een vakgenoot in gevallen van ziekte, belangenconflicten of moreel onvermogen, die een gebrek aan objectiviteit of een beperking van de beroepscompetenties met zich meebrengen (art. 34 Deontologische Code).
|
|
Praktisch voorbeeld
In een zaak voor de Tuchtraad werd een klacht ingediend tegen een psycholoog met het verwijt dat deze laatste methodes aanwendde die niet erkend zijn door de wetenschappelijke gemeenschap der psychologen.
De psycholoog in kwestie werkte voor een vereniging met als doel het ontwikkelen en promoten van de psychologie vanuit een religieus perspectief. Dit riep vragen op over de aangewende methodes en over de vraag of deze wel wetenschappelijk te verantwoorden waren.
Er werd dan ook nagegaan door de Tuchtraad of er sprake was van een deontologische inbreuk op artikel 31 en 32 van de Deontologische Code (verplichting tot gebruik van geëigende methodes en beoefenen binnen het kader van adequate kwalificaties volgens de wetenschappelijke gemeenschap der psychologen).
In casu legde de betrokken psycholoog uit dat zij haar persoonlijke overtuigingen geenszins vermengt met haar therapie. De Tuchtraad oordeelde dat er geen sprake was van een deontologische schending.
Deze zaak is een goede illustratie van de vragen die kunnen rijzen met betrekking tot de vaardigheden van psychologen en de toepassing van erkende methoden.
|
|
|
|
|
3.5 Integriteit en eerlijkheid Met betrekking tot de integriteit en eerlijkheid van psychologen zijn de belangrijkste componenten in de Belgische Deontologische Code de financiële gevolgen van de beroepsactiviteiten, het niet aanwenden van methodes die schade kunnen berokkenen aan de betrokken personen, en het onderhouden van een integere opstelling tegenover vakgenoten en andere gezondheidszorgbeoefenaars.
Daarbij hoort vooral dat de psycholoog alle nodige en relevante informatie voor de begeleiding op een klare en duidelijke wijze voorstelt en verantwoordelijk is voor de begrijpelijke mededeling daarvan (art. 41 Deontologische Code). Wanneer een psycholoog verschillende activiteiten uitoefent moet deze erop toezien dat zijn/haar cliënten/patiënten op de hoogte zijn van de verschillende soorten activiteiten en moet hij/zij ook altijd vermelden in welk kader deze activiteiten zullen worden uitgevoerd (art. 45 Deontologische Code).
Psychologen zijn ook gehouden aan de plicht om enkel professionele betrekkingen te onderhouden met cliënten/patiënten of proefpersonen (art. 43 Deontologische Code). Toenaderingen met seksuele connotatie en seksuele betrekkingen tussen de psycholoog en zijn cliënt/patiënt of proefpersoon zijn dan ook ten strengste verboden (art. 44 Deontologische Code).
|
|
Praktisch voorbeeld
De tuchtraad ontving een klacht over grensoverschrijdend gedrag door een psycholoog.
Na afloop van de therapeutische relatie hielden de patiënt/cliënt en de psycholoog contact via sms. Twee maanden na het einde van de consultaties nodigde de klaagster de psycholoog uit op een feestje, waar deze laatste zich onprofessioneel opstelde tegenover de klaagster (fysieke nabijheid, fysiek contact), wat aanleiding gaf tot een klacht.
Hoewel de psycholoog in kwestie erkende dat hij een fout beging door in te gaan op de uitnodiging, oordeelde de Tuchtraad in deze zaak dat er sprake was van een duidelijke schending van art. 4 en 43 van de Deontologische Code.
Art. 4 DC bepaalt: "De hoedanigheid van cliënt of proefpersoon wordt op elk moment van de relatie met de psycholoog beoordeeld. De graad van bescherming die wordt toegekend, is onomkeerbaar."
Art. 43 DC bepaalt: "De psycholoog mag geen andere dan professionele relaties hebben met zijn cliënten of proefpersonen."
De psycholoog verkondigde tijdens de zitting dat de klaagster op het moment van het feestje niet langer zijn patiënte was, en dat hij dus niet meer de rol van psycholoog vervulde tegenover haar op het moment van het feestje. Deze verklaring wordt echter tegengesproken door het feit dat de psycholoog zelf aangaf dat de sms-berichten die zij uitwisselden, van professionele aard waren, aangezien de klaagster hem op de hoogte hield van haar psychische toestand.
De Raad benadrukt dat in het algemeen de relatie tussen patiënt en psycholoog niet automatisch eindigt met het beëindigen van de consultaties. Elke psycholoog blijft dus onderworpen aan zijn deontologische verplichtingen tegenover zijn cliënten, ook na het einde van de consultaties.
|
|
|
|
|
Conclusie
De Deontologische Code voor Psychologen vormt een essentieel instrument voor het ethisch en professioneel handelen binnen de psychologische praktijk in België. Door middel van vijf kernwaarden — beroepsgeheim, eerbiediging van de waardigheid en rechten van de persoon, verantwoordelijkheid, professionele bekwaamheid, en integriteit en eerlijkheid — biedt de code een helder normatief kader. Praktijkvoorbeelden en tuchtuitspraken tonen aan dat de correcte toepassing van deze waarden niet altijd evident is, maar wel cruciaal blijft om de kwaliteit van zorg te garanderen en het vertrouwen van cliënten/patiënten te behouden. Deze nieuwsbrief onderstreept het belang van voortdurende reflectie, zorgvuldige besluitvorming en verantwoordelijkheidszin in de uitoefening van het beroep van psycholoog.
De Studiedienst van de Psychologencommissie blijft ter beschikking indien u vragen heeft of verduidelijking wenst, betreffende de informatie vervat in deze nieuwsbrief. Wij helpen u graag verder via e-mail of telefoon.
|
|
|
|
Onze studiedienst staat tot uw beschikking om u te begeleiden.
|
|
|
|
Deontologische afspraak
Er is nog maar één datum over! Wilt u deelnemen aan de deontologische afspraak? Mis de sessie van 24 juni (NL) – Minderjarigen in begeleiding niet.
|
|
|
|
|
|
|
|