Nieuwe wetgeving over klinische psychologie en psychotherapie

Algemene krijtlijnen en criteria uit de nieuwe wet.  

Informatie aangepast op 18 november 2016

NIEUWE WET VAN KRACHT, ERKENNINGSPROCEDURES NOG NIET OPERATIONEEL

De Wet van 10 juli 2016 tot wijziging van de wet van 4 april 2014 tot regeling van de geestelijke gezondheidsberoepen (BS 20-05-2014) is sinds 1 september 2016 van kracht. Ze regelt onder andere de uitoefening van de klinische psychologie en de psychotherapie en de erkenning van de klinisch psycholoog als gezondheidszorgberoep. Deze wet brengt een aantal nieuwe verplichtingen met zich mee (bijv. de toepassing van de wet op de patiëntrechten).

OPGELET: nog heel wat aspecten van het nieuwe wettelijke kader wachten op verduidelijking.

Hierdoor is het nog niet mogelijk om:

  • Een erkenningsaanvraag als klinisch psycholoog in te dienen,

  • Een toestemming aan te vragen tot het beoefenen van de psychotherapie,

  • In detail na te gaan of u in aanmerking komt voor een erkenning/toestemming.

Vooraleer dit kan gebeuren, zijn de volgende stappen nodig:

 

SCHORSING VAN ARTIKEL 11 VAN DE WET VAN 10 JULI 2016 OVER DE PSYCHOTHERAPIE

Naar aanleiding van een verzoek tot nietigingverklaring van de artikels 11 en 12 van de wet van 10 juli 2016 tot “wijziging van de wet van 4 april 2014 tot regeling van de geestelijke gezondheidszorgberoepen (…), heeft het Grondwettelijk Hof een uitspraak gedaan die:

  • artikel 11 van de wet van 10 juli 2016 schorst “in zoverre het geen overgangsregeling voorziet voor personen die vóór de inwerkingtreding van die wet de psychotherapeutische praktijk uitoefenden”,
  • de vordering tot schorsing voor het overige verwerpt.

De schorsing van artikel 11 betreft het luik 'psychotherapie' en zou geen invloed mogen hebben op de uitvoering van het luik 'klinische psychologie'. Daarom vindt u op deze pagina wel nog de krijtlijnen van het nieuwe wetgevend kader van de klinische psychologie. De informatie over de psychotherapie hebben wij voorlopig weggelaten tot er meer duidelijkheid heerst. 

Klik om het volledige arrest te lezen.

Klik hier om artikels 11 en 12 na te lezen in de wet van 10 juli 2016

GEEN INFORMATIE OP MAAT, WEL ALGEMENE KRIJTLIJNEN

Op individuele vragen, bijv. of u in aanmerking komt voor een erkenning, kunnen wij geen antwoord geven.

Een nieuwe erkenningscommissie per taalgemeenschap zal bevoegd zijn voor de nieuwe erkenningsprocedure. Zodra deze instanties er zijn, zullen hun medewerkers u kunnen vertellen of u in aanmerking komt voor een erkenning/toelating. Wij brengen u op de hoogte van zodra dit het geval is.

Wij beperken ons daarom tot het geven van de volgende informatie:

De algemene informatie is gebaseerd op de minimale criteria zoals omschreven in de nieuwe wet en de Memorie van toelichting van deze wet. De uitvoeringsbesluiten zullen deze criteria nog verder specifiëren. Wij proberen deze algemene criteria in begrijpbare taal weer te geven zonder te interpreteren of zonder leemtes in te vullen. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor eventuele fouten.

STAAT HET ANTWOORD NIET OP ONZE WEBSITE?

In afwachting van de praktische uitvoeringsbesluiten en de oprichting van de erkenningscommissie kunt u eventueel te rade gaan bij uw beroepsvereniging. De erkende beroepsverenigingen zijn FBP (info@bfp-fbp.be),  APPpsy (contact@apppsy.be) en UPPsy (info@uppsy.be). Voor een antwoord op maat kan evenwel een lidmaatschap bij deze beroepsverenigingen vereist zijn.

 

 

 

ALGEMENE KRIJTLIJNEN EN ERKENNINGCRITERIA VOOR KLINISCH PSYCHOLOGEN

De klinische psychologie en de klinische orthopedagogie worden opgenomen in de wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen (ter vervanging van het oude KB 78). Hiermee kunnen klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen op autonome wijze de geestelijke gezondheidszorg beoefenen. Zij komen zo op dezelfde hoogte te staan als de arts en zijn er niet aan ondergeschikt.

 

Wat valt onder de uitoefening van de klinische psychologie?

Wie mag de klinische psychologie uitoefenen?

Wat zijn de algemene criteria voor een erkenning als klinisch psycholoog?

Federale Raad voor de geestelijke gezondheidszorgberoepen

Erkenningscommissie voor de klinisch psychologen en de klinische orthopedagogen

Terug naar hoofdmenu

 

Wat valt onder de uitoefening van de klinische psychologie?

De uitoefening van de klinische psychologie omvat de volgende autonome handelingen die bij een mens en in een wetenschappelijk onderbouwd klinisch psychologisch referentiekader, tot doel hebben of verondersteld worden tot doel te hebben:

  • Preventie,
  • Onderzoek,
  • Opsporen of stellen van een psychodiagnose van echt dan wel ingebeeld psychisch lijden,
  • Begeleiding,
  • Behandeling*.

De klinische psychologie wordt dus geïnterpreteerd als een heel breed spectrum van psychologische zorgen. Dit gaat van infoverlening, voorlichting, sensibilisering tot revalidatie.

*De psychotherapie geen beroep op zich, maar wel een specialisatie binnen 1 aspect van de geestelijke gezondheidszorg, namelijk het behandelluik.  Klinisch psychologen kunnen de psychotherapie uitoefenen mits het volgen van een psychotherapieopleiding. Lees meer.

Terug

Wie mag de klinische psychologie uitoefenen?

Iemand mag de klinische psychologie slechts uitoefenen indien de volgende voorwaarden opgaan:

  • Houder zijn van een erkenning als klinisch psycholoog (of een erkende klinisch orthopedagoog zijn met voldoende kennis binnen het domein van de klinische psychologie),
  • Beschikken over een visum (aan te vragen bij de FOD volksgezondheid),
  • Na de opleiding een professionele stage hebben gevolgd onder leiding van een erkend stagemeester en op een erkende stagedienst. Deze voorwaarde geldt niet ten aanzien van :
    • klinisch psychologen die op 1/09/2016 de klinische psychologie reeds uitoefenen op voorwaarde dat zij voldoende praktijkervaring kunnen aantonen;
    • studenten klinische psychologie die hun studies uiterlijk tijdens het academiejaar 2016-2017 aanvatten.

Terug

Wat zijn de algemene criteria voor een erkenning als klinisch psycholoog?

Wie komt in aanmerking voor een erkenning als klinisch psycholoog?

  • Houders van een diploma van een universitaire opleiding in de klinische psychologie van 5 voltijdse studiejaren,
  • Houders van een universitair diploma in de psychologie behaald vóór 1 september 2016 die een beroepservaring in de klinische psychologie van minimum drie jaar in de psychologie kunnen aantonen. 

Lees de exacte verwoording na in de memorie van toelichting.

Individuele vragen, bijvoorbeeld of u in aanmerking komt voor een erkenning als klinisch psycholoog, kunnen nu nog niet worden beantwoord. Wij kunnen u ook algemenere toelichtingen geven bij deze wet. Hiervoor verwijzen wij u door naar de representatieve beroepsverenigingen BFPAPPpsy en UPPsy. Voor een antwoord op maat kan evenwel een lidmaatschap bij deze beroepsverenigingen vereist zijn.

Terug

Federale Raad voor de geestelijke gezondheidszorgberoepen

De wet van 4 april 2014 op de geestelijke gezondheidszorgberoepen voorziet ook de oprichting van een Federale Raad voor de geestelijke gezondheidszorgberoepen.

Taak

Deze Federale Raad zal werken aan een advies voor de uitvoeringsbesluiten van de nieuwe wet.

Ook hierna zal de Federale Raad nog advies verstrekken over alle aangelegenheden die te maken hebben met:

  • De erkenning en de uitoefening van de geestelijke gezondheidszorgberoepen,
  • De uitoefening van de psychotherapie.

Samenstelling

De leden van de Federale Raad worden voorgedragen door de universitaire faculteiten enerzijds en de representatieve beroepsverenigingen anderzijds en bestaan uit:

  • 16 klinisch psychologen,
  • 4 klinisch orthopedagogen,
  • 8 artsen.

Terug

Erkenningscommissie voor de klinisch psychologen en de klinische orthopedagogen

Een erkenningscommissie per taalgemeenschap zal advies verstrekken over de toekenning, het toezicht op en het behoud van de erkenning als klinisch psycholoog en klinisch orthopedagoog voor individuele gevallen. Zolang deze erkenningscommissies er niet zijn, kunnen de erkenningsprocedures niet van start gaan. 

Opgelet, het gaat hier dus niet om de Psychologencommissie. Deze staat in voor de erkenning van de ruimere titel van psycholoog en voor de deontologische code van alle psychologen, inclusief de klinisch psychologen. Meer info.

Terug

 

WAT ZIJN DE ALGEMENE KRIJTLIJNEN  VOOR PSYCHOTHERAPEUTEN?

De nieuwe wet beschrijft de psychotherapie als een gespecialiseerde behandelvorm voorbehouden aan klinisch psychologen, klinisch orthopedagogen en artsen die een bijkomende psychotherapie-opleiding hebben gevolgd.

Psychotherapie omvat een samenhangend geheel van psychologische middelen die ingebed zijn in een psychologisch wetenschappelijk referentiekader en waarbij een interdisciplinaire samenwerking vereist is. Het is bedoeld voor mensen met complexere psychologische problematieken of stoornissen die nood hebben aan vaak langere behandelingen, gekaderd binnen een specifieke therapeutische relatie. 

Algemene voorwaarde voor de uitoefening van de psychotherapie

De psychotherapie als behandelvorm is voortaan voorbehouden aan erkende klinisch psychologenklinisch orthopedagogen en artsen die:

  • een specifieke opleiding in de psychotherapie hebben gevolgd aan een universiteit of hogeschool van minimaal 70 ECTS.
  • een professionele stage hebben afgerond in het domein van de psychotherapie van minstens 2 jaar 

Lees de exacte verwoording na in de memorie van toelichting.

Terug naar hoofdmenu

Overgangsmaatregelen (verworven rechten) voor de huidige psychotherapeuten en psychotherapiestudenten

Hiernaast zijn er een aantal overgangsmaatregelen via een systeem van verworven rechten waardoor de huidige psychotherapeuten en psychotherapiestudenten de psychotherapie kunnen (blijven) uitoefenen.

Voor sommigen gebeurt dit op autonome wijze, voor anderen:

  • onder toezicht van een autonoom beoefenaar van de psychotherapie
  • en in interdisciplinair verband met intervisie

De nieuwe wet maakt hierbij een onderscheid tussen

  • Personen die een opleiding hebben gevolgd of volgen die leidt tot een WUG-beroepstitel. Dit is een beroepstitel in het gezondheidszorgdomein die vermeld wordt in de Wet van 10 mei 2015 op de Uitoefening van de Gezondheidszorgberoepen,
  • Zij die een opleiding hebben gevolgd of volgen die recht geeft op een beroepstitel buiten het gezondheidszorgdomein  (niet WUG-beroepen)

1. Autonome beoefening van de psychotherapie voor:

  • Afgestudeerden die over een titel van een erkend gezondheidszorgberoep (WUG) beschikken, een specifieke opleiding psychotherapie hebben gevolgd en uiterlijk op 1 september 2018 bewijs kunnen leveren van uitoefening van de psychotherapie,
  • Studenten die op 1 september 2016 een specifieke opleiding in de psychotherapie hebben aangevat of tijdens het academiejaar 2016-2017 aanvatten, en deze met vrucht afronden, met de bijkomende voorwaarde dat zij over een WUG-beroepstitel beschikken
  • Studenten die op 1 september 2016 een basisopleiding WUG-beroep hebben aangevat of tijdens het academiejaar 2016-2017 aanvatten, op voorwaarde dat zij hun basisopleiding met vrucht beëindigen, een opleiding psychotherapie van minstens 70 ECTS afronden aan een universiteit of hogeschool en een professionele stage van 2 jaar volgen.

2. Uitoefening van de psychotherapie onder supervisie van een autonome beoefenaar voor:

  • Afgestudeerden met een niet WUG-beroepstitel van minimaal bachelorsniveau die een psychotherapieopleiding hebben gevolgd en ten laatste op 1 september 2018 bewijs leveren van uitoefening van de psychotherapie,
  • Studenten van minimaal bachelorsniveau die uiterlijk in het academiejaar 2016-2017 een psychotherapieopleiding hebben aangevat en deze met vrucht afronden. Zij beschikken eveneens over een niet WUG-beroepstitel van minimaal bachelor-niveau
  • Studenten die minimaal een opleiding op bachelorniveau hebben aangevat, ten laatste tijdens het academiejaar 2016 – 2017, die:
    • dit diploma met succes behalen,
    • een psychotherapie-opleiding  van minimaal 70 ECTS aan een universiteit of hogeschool voltooien,
    • een professionele stage van 2 jaar volgen.

Lees de exacte verwoording na in de memorie van toelichting of bekijk het schema van de verworven rechten van de FOD Volksgezondheid.

Wij kunnen niet meer informatie geven dan dit. De uitvoeringsbesluiten dienen de criteria uit de nieuwe wet nog te verduidelijken. Individuele vragen, bijvoorbeeld of u in aanmerking komt voor een erkenning als klinisch psycholoog, kunnen nu nog niet worden beantwoord. Wij kunnen u ook geen algemenere toelichtingen geven bij deze wet. Hiervoor verwijzen wij u door naar de erkende beroepsverenigingen  BFP en APPpsy en UPPsy. Voor een antwoord op maat kan evenwel een lidmaatschap bij deze beroepsverenigingen vereist zijn.

Terug naar hoofdmenu

MOET IK, ALS KLINISCH PSYCHOLOOG, NOG MIJN ERKENNING BIJ DE PSYCHOLOGENCOMMISSIE VERNIEUWEN?

EN BEN IK, ALS KLINISCH PSYCHOLOOG, NOG GEBONDEN AAN DE DEONTOLOGISCHE CODE?

Deze twee vragen zijn aan elkaar gelinkt. Daarom nemen we het antwoord hierop samen.

In beide gevallen is het antwoord “ja”. Klinisch psychologen moeten nog steeds een erkenning als ‘psycholoog’ aanvragen en zijn hierdoor nog steeds gebonden aan de deontologische code.

Verhouding tussen de bescherming van de titel "psycholoog" en de bescherming van de beroepsuitoefening van klinisch psychologen

De wet tot regeling van de geestelijke gezondheidszorgberoepen staat los van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog. Deze oudere wet geldt voor alle psychologen, ongeacht hun sector of statuut. Dus ook voor klinisch psychologen. Het betreft echter alleen een titelbescherming en niet een bescherming van de uitoefening van het beroep.

Klinisch psychologen zijn met andere woorden nog steeds wettelijk verplicht om een erkenning aan te vragen voor het gebruik van de algemene titel van psycholoog (en samengestelde titels met ‘psycholoog’ in vermeld). Deze erkenning is bovendien gekoppeld aan het respect voor de bij Koninklijk besluit bepaalde deontologische code.

Het is mogelijk dat een toekomstige wijziging van de Wet van 8 november 1993 de link tussen de klinisch psychologen en de deontologische code op een andere manier garandeert. Niettemin, op dit moment is een erkenning als psycholoog nog steeds wettelijk voorgeschreven.

Terug naar hoofdmenu

WAT IS DE ROL VAN DE PSYCHOLOGENCOMMISSIE VOOR KLINISCH PSYCHOLOGEN?

De Psychologencommissie, als federale overheidsinstantie, is bevoegd voor

  • de titelerkenning,
  • de deontologische code van alle psychologen, ongeacht hun statuut of werkterrein.

Onze missie, de bescherming van de kwaliteit van het beroep, heeft dus betrekking op zowel de klinische sector, de arbeids- en organisatiesector en de school- en onderzoeksector.

De erkenning van het beroep van klinisch psycholoog, daarentegen, zal een bevoegdheid zijn van de gemeenschappen. Hiervoor zal per gemeenschap een erkenningscommissie in het leven geroepen worden.

Niettemin, de Psychologencommissie zal een rol blijven spelen voor klinisch psychologen. Zij zal immers evolueren naar een Orde of Instituut onder de co-voogdij van de minister van Volksgezondheid en de minister van Zelfstandigen. Dit “co-voogdijschap” zorgt ervoor dat onze toekomstige instantie haar deontologische bevoegdheid bewaart voor alle psychologen, met inbegrip van de clinici. Hiermee vermijden we dat er twee verschillende tuchtorganen en twee aparte deontologische codes nodig zijn voor psychologen. Dit zou immers onnodige rompslomp met zich meebrengen en onduidelijkheid bij het brede publiek in de hand werken. Een algemeen geldende beroepsorgaan voor alle psychologen is het beste instrument om de omkadering van het beroep te waarborgen.

Terug naar hoofdmenu

 

 

 
Deel dit bericht