De tuchtprocedure
De tuchtprocedure: hoe verloopt ze?
Een procedure ten dienste van de deontologie
De Deontologische Code bepaalt de regels waaraan psychologen die bij de Psychologencommissie ingeschreven zijn, zich moeten houden. Wanneer iemand van mening is dat een psycholoog mogelijk een inbreuk op deze regels heeft begaan, kan een tuchtprocedure worden opgestart.
De Psychologencommissie beschikt over twee onafhankelijke tuchtinstanties: de Tuchtraad en de Raad van Beroep.
Hun rol bestaat erin mogelijke inbreuken op de Deontologische Code te onderzoeken en erop toe te zien dat elk dossier onafhankelijk, objectief en onpartijdig wordt behandeld.
Het doel van een tuchtprocedure is niet om de klager te vergoeden, maar om een mogelijke deontologische inbreuk te onderzoeken en, indien nodig, te voorkomen dat deze zich opnieuw voordoet. Zo draagt de procedure bij aan de kwaliteit van het beroep en aan het vertrouwen dat in het beroep wordt gesteld.
Twee instanties, vier kamers
- De Tuchtraad onderzoekt tuchtklachten en neemt in eerste aanleg een beslissing.
- De Raad van Beroep herbekijkt de beslissingen van de Tuchtraad wanneer een psycholoog beroep aantekent.
Elk van deze twee instanties bestaat uit een Nederlandstalige en een Franstalige kamer.
Een klacht wordt behandeld door de kamer die bevoegd is op basis van de taal van het dossier. De keuze van de kamer hangt af van de hoofdvestiging van de betrokken psycholoog. Wanneer deze in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gevestigd is, kan de psycholoog de taal van de procedure kiezen.
Wie zetelt in deze kamers?
De kamers zijn samengesteld uit verkozen psychologen die deelnemen aan het onderzoek van dossiers en aan het nemen van tuchtbeslissingen. Ze worden voorgezeten door een voorzitter en omvatten ook plaatsvervangende leden. De twee instanties worden in hun werkzaamheden bijgestaan door een griffier, die onder meer instaat voor de voorbereiding en de administratieve opvolging van de procedures.
Wie kan een klacht indienen?
- Iedereen die van mening is dat een psycholoog die bij de Psychologencommissie is ingeschreven, mogelijk een deontologische inbreuk heeft begaan, kan een tuchtklacht indienen
- De procedure kan ook op initiatief van de Commissie worden opgestart wanneer zij van oordeel is dat de feiten waarvan zij kennis heeft gekregen, voldoende ernstig zijn.
Een klacht tegen een persoon die op het moment van de feiten niet bij de Psychologencommissie was ingeschreven, valt echter niet onder de bevoegdheid van de tuchtinstanties.
Eerste stap: de ontvankelijkheid van de klacht
Alvorens de inhoud van een dossier te onderzoeken, gaat de Tuchtraad na of de klacht ontvankelijk is.
Er moet aan drie voorwaarden zijn voldaan. De klacht moet betrekking hebben op:
1. Een psycholoog die op het moment van de feiten ingeschreven was bij de Psychologencommissie;
2. Feiten die zich hebben voorgedaan na 26 mei 2014 (de datum waarop de Deontologische Code voor psychologen in werking is getreden);
3. Professionele handelingen of feiten die een invloed kunnen hebben op de uitoefening van het beroep.
Het kan dus gaan om handelingen die in een professionele context zijn gesteld, maar in bepaalde omstandigheden ook om feiten uit het privéleven wanneer deze een impact kunnen hebben op de professionele handelingen van de psycholoog.
Een ontvankelijke klacht is niet noodzakelijk gegrond
Het feit dat een klacht ontvankelijk wordt verklaard, betekent enkel dat de Tuchtraad het dossier ten gronde kan onderzoeken. Dit houdt geen voorafgaand oordeel in over het al dan niet bestaan van een deontologische tekortkoming.
Het onderzoek van het dossier
Wanneer een klacht ontvankelijk wordt verklaard, wordt de betrokken psycholoog hiervan op de hoogte gebracht en kan hij of zij het dossier raadplegen. De psycholoog wordt uitgenodigd om zijn of haar verdediging voor te leggen en kan zich, indien gewenst, laten bijstaan (bijvoorbeeld door een advocaat of een vertrouwenspersoon).
De Tuchtraad onderzoekt vervolgens de verschillende elementen van het dossier en hoort de toelichting van de psycholoog. Na beraadslaging beslist de raad of er al dan niet sprake is van een inbreuk op de Deontologische Code.
Elke beslissing moet gebaseerd zijn op de toepasselijke deontologische regels en gemotiveerd zijn.
Welke beslissingen kunnen worden genomen?
De Tuchtraad kan:
- de klacht ongegrond verklaren;
- een waarschuwing opleggen;
- een schorsing opleggen, voor een duur van maximaal 24 maanden;
- de psycholoog definitief schrappen van de lijst van psychologen.
Een eventuele sanctie wordt opgenomen in het tuchtrechtelijk dossier, dat niet openbaar is.
En als de psycholoog het niet eens is met de beslissing?
De betrokken psycholoog kan binnen een termijn van één maand vanaf de betekening beroep aantekenen tegen een beslissing van de Tuchtraad.
Het dossier wordt dan opnieuw onderzocht door de Raad van Beroep. Deze kan de beslissing bevestigen of hervormen en een nieuwe beslissing nemen.
Een procedure die niet tot doel heeft de klager te vergoeden
De tuchtprocedure heeft tot doel een mogelijke inbreuk op de deontologische regels te beoordelen en, indien nodig, een passende maatregel te nemen.
De procedure heeft niet tot doel de klager schadeloos te stellen of een vergoeding toe te kennen.
Daarom wordt de klager niet op de hoogte gebracht van het volledige verloop van de procedure, noch van de uitkomst ervan. De procedure speelt zich voornamelijk af tussen de betrokken psycholoog en de bevoegde tuchtinstantie.
Een concreet voorbeeld: hoe kan een dossier worden onderzocht?
Tot slot geven we een fictieve en vereenvoudigde casus om concreet te illustreren welke soort situatie een Tuchtraad kan onderzoeken.
De feiten
De vader van een minderjarige cliënt dient een tuchtklacht in tegen de psycholoog van zijn kind. Hij verwijt de psycholoog dat zij zijn toestemming voor de psychologische begeleiding niet heeft gevraagd en dat zij ten behoeve van de moeder een verslag heeft opgesteld waarin ook interpretaties of klinische hypotheses over hem zijn opgenomen. Het kind wordt door de psycholoog begeleid in de context van een conflictueuze scheiding van de ouders.
De onderzochte regels
Op basis van de feiten onderzoekt de Tuchtraad onder meer de naleving van:
- de regels die van toepassing zijn op het ouderlijk gezag (met inbegrip van het onderscheidingsvermogen van de minderjarige)
- de regels die van toepassing zijn in het kader van een conflictueuze scheiding;
- het beroepsgeheim;
- de beperkingen met betrekking tot de beoordeling van een persoon die de psycholoog niet zelf heeft onderzocht.
Deze vragen houden verband met de artikelen 5, 15, 22 en 23, § 5 van de Deontologische Code.
De beslissing
Nadat de klacht is onderzocht en de uitleg en het verweer van de psycholoog zijn gehoord, beraadslagen de leden van de raad om te bepalen of zij de verweten deontologische tekortkomingen gegrond achten.
Zo zouden zij bijvoorbeeld kunnen oordelen dat de inbreuken op de artikelen 5, 15 en 23, § 5 zijn vastgesteld, maar dat geen inbreuk op artikel 22 zal worden weerhouden, aangezien het verslag geen diagnose of deskundigenonderzoek bevat met betrekking tot de vader.
Pour aller plus loin
Pour connaitre les règles relatives au traitement des données par les conseils disciplinaires, vous pouvez consulter ce document (FR).
Om verder te gaan
Om de regels met betrekking tot de verwerking van gegevens door de tuchtraden te kennen, kunt u dit document (NL) raadplegen
Leden van de Tuchtraad
Franstalige kamer
Nederlandstalige kamer
Vaste leden, Franstalige en Nederlandstalige kamers
Plaatsvervangende leden, Franstalige en Nederlandstalige kamers
Leden van de Raad van Beroep
Franstalige kamer
Nederlandstalige kamer
Vaste leden, Franstalige en Nederlandstalige kamers
Plaatsvervangende leden, Franstalige en Nederlandstalige kamers
Voor al uw deontologische vragen staat de studiedienst klaar om u te helpen.
Contactformulier