Advies over het ontwerp van koninklijk besluit betreffende het beroep van geestelijke gezondheidszorgbeoefenaar.
Examen de proportionnalité - Avis de la Commission des psychologues sur le projet d'arrêté royal modifiant l’arrêté royal du 26 avril 2019 fixant les critères d'agrément des psychologues cliniciens
De : La Commission des psychologues
Pour : Monsieur Frank Vandenbroucke, ministre de la Santé publique
Date : 15 mai 2026
Par mail : frggzb-cfpssm@health.fgov.be
Objet : Avis sur le projet d’arrêté royal relatif à la profession de soins de santé mentale (modifiant l’arrêté royal du 26 avril 2019 fixant les critères d'agrément des psychologues cliniciens, ainsi que des maîtres de stage et services de stage) dans le cadre du test de proportionnalité (loi du 23 mars 2021 relative à un examen de proportionnalité préalable à l'adoption ou la modification d'une réglementation de profession dans le secteur de la santé)
Résumé : L’arrêté qui remplace l’obligation de stage telle qu’elle était prévue par la LEPSS ne satisfait pas à offrir les mêmes garanties tant aux psychologues qu’au patient et à la société en termes de qualité de service, accompagnement des psychologues et contrôle des obligations qui leur incombent.
Le test de proportionnalité n’est pas rempli dès lors que le projet d’arrêté royal ne satisfait pas aux conditions posées par le chapitre 4 de la loi du 23 mars 2021 précité.
Evenredigheidsbeoordeling - Advies van de Psychologencommissie over het ontwerp van Koninklijk besluit tot wijziging van het Koninklijk besluit van 26 april 2019 tot vaststelling van de erkenningscriteria voor klinische psychologen
Van: De Psychologencommissie
Ann: De heer Frank Vandenbroucke, minister van Volksgezondheid
Datum: 15 mei 2026
Per mail : frggzb-cfpssm@health.fgov.be
Betreft: Advies over het ontwerp van Koninklijk besluit betreffende het beroep in de geestelijke gezondheidszorg (tot wijziging van het Koninklijk besluit van 26 april 2019 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van klinisch psychologen, alsmede voor stagemeesters en stagediensten) in het kader van de evenredigheidstoets (wet van 23 maart 2021 betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan de invoering of de wijziging van een beroepsreglementering in de gezondheidssector)
Samenvatting: Het besluit dat de stageplicht, zoals bepaald in de WUG, vervangt, biedt niet dezelfde garanties aan de psychologen, de patiënten en de samenleving op het gebied van kwaliteit van de dienstverlening, begeleiding van de psychologen en controle op de hen opgelegde verplichtingen.
De evenredigheidstoets is niet vervuld aangezien het ontwerp van Koninklijk besluit niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door hoofdstuk 4 van de voornoemde wet van 23 maart 2021.
1. Inleiding
La Commission des psychologues est une personne morale de droit public, ayant pour base légale la loi du 8 novembre 1993 relative à la protection du titre de psychologue et l’arrêté royal du 2 avril 2014 fixant les prescriptions relatives au code de déontologie du psychologue.
De Psychologencommissie is een publiekrechtelijke rechtspersoon, met als rechtsgrondslag de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog en het Koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de psycholoog.
De Psychologencommissie beschermt de titel van "psycholoog" en is de instantie belast met het toezicht op de uitoefening van het beroep door in België ingeschreven psychologen, overeenkomstig de deontologische regels.
Zij beschermt het publiek, zowel tegen niet-gemachtigde of onbekwame personen, door erop toe te zien dat alleen personen met een academische opleiding die op de door de Commissie bijgehouden lijst zijn ingeschreven de titel van "psycholoog" mogen dragen, als door toe te zien op de naleving van de deontologische regels. Daarmee bevordert zij een ethische praktijk op basis van deontologische regels en organiseert zij via haar tuchtraad hoorzittingen om klachten over ingeschreven psychologen te behandelen.
Zij beschermt ook de waardigheid van het beroep:
« Les dispositions du présent code […] ont pour but de protéger le public, de préserver la dignité et l’intégrité de la profession et de garantir la qualité des services prestés par les titulaires du titre de psychologue. » (Art. 2 de l’arrêté royal du 2 avril 2014 fixant les prescriptions relatives au code de déontologie du psychologue).
"De bepalingen van deze code [...] hebben tot doel het publiek te beschermen, de waardigheid en de integriteit van het beroep te bewaren en de kwaliteit van de door de houders van de titel van psycholoog gepresteerde diensten te waarborgen." (Art. 2 van het Koninklijk besluit van 2 april 2014 tot tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de psycholoog).
Door erop toe te zien dat de titelhouders over de vereiste kwalificaties beschikken en een deontologische code naleven, speelt zij een sleutelrol in het waarborgen van een kwalitatieve beroepsuitoefening voor alle psychologen, inclusief de klinische psychologen.
De wet verleent de Commissie een opdracht van algemeen belang gericht op bevorden van het vertrouwen in de psychologische praktijk en, sinds de hervorming van 2024, werd haar een bijkomende belangrijke maatschappelijke opdracht toegewezen:
« 3° d'informer les praticiens et les utilisateurs au sujet des dispositions d'intérêt général en lien avec les missions de la Commission des psychologues » (Art. 5, § 1er, loi du 8 novembre 1993).
"3° de beoefenaars en de gebruikers te informeren over de bepalingen van algemeen belang in verband met de opdrachten van de Psychologencommissie" (Art. 5, § 1, wet van 8 november 1993).
La stage professionnel (ou Pratique Professionnelle Supervisée – PPS), qui était inscrit dans la réglementation de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l’exercice des professions des soins de santé, a un impact direct sur la qualité, l’intégrité et la légitimité sociale de la profession de psychologue dans son ensemble.
La suppression de la PPS et la proposition de son remplacement touche au cœur même des compétences de la Commission des psychologues.
De Gesuperviseerde Professionele Praktijk (GPP), die was opgenomen in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, heeft een directe impact op de kwaliteit, de integriteit en de maatschappelijke legitimiteit van het beroep van psycholoog in zijn geheel.
De afschaffing van de GPP en het voorstel tot vervanging ervan raken aan de kern van de bevoegdheden van de Psychologencommissie.
2. Context van de afschaffing
De verplichting van een jaar beroepsstage (1.680 uur gesuperviseerde praktijk binnen een erkende praktijk en bij een erkende stagemeester) werd in de wet opgenomen om de kwaliteit van de autonome uitoefening van het beroep van klinisch psycholoog te waarborgen, met als doelstellingen:
- Een veilige intrede in het beroepsleven te garanderen voor nieuwe beroepsbeoefenaars, uitgerust met voldoende praktijkervaring en supervisie;
- Patiënten te beschermen tegen eventueel incompetente of nalatige praktijken;
- De professionele ethiek te verankeren bij recent afgestudeerde psychologen.
La loi du 25 novembre 2025 portant des dispositions diverses en matière de santé a supprimé l’obligation du stage dans le but d’obtenir son agrément pour les psychologues cliniciens.
Le projet d’arrêté royal discuté aujourd’hui remplace la PPS par trois obligations :
- La formation continue (le psychologue clinicien est exempté de cette obligation de formation permanente lors de sa première année d’exercice équivalent à une année d’activité professionnelle en psychologie clinique à temps plein) ;
- L’intervision ;
- La supervision (uniquement au cours de sa première année d’exercice équivalent à une année d’activité professionnelle en psychologie clinique à temps plein, pour une durée minimum de 20h, en groupe ou individuelle, en présentiel ou en ligne).
De wet van 25 november 2025 houdende diverse bepalingen inzake gezondheid heeft de stageverplichting als voorwaarde voor het verkrijgen van de erkenning als klinische psycholoog afgeschaft.
Het vandaag besproken ontwerp van Koninklijk besluit vervangt de GPP door drie verplichtingen:
- De permanente vorming (de klinische psycholoog is vrijgesteld van deze verplichting tot permanente vorming tijdens zijn eerste jaar van uitoefening gelijkwaardig aan een jaar voltijdse beroepsactiviteit in de klinische psychologie);
- De intervisie;
- De supervisie (uitsluitend tijdens zijn eerste jaar van uitoefening gelijkwaardig aan een jaar voltijdse beroepsactiviteit in de klinische psychologie, voor een minimale duur van 20 uur, in groep of individueel, in aanwezigheid of online).
De Psychologencommissie is verbaasd dat dit ontwerp van Koninklijk besluit tot stand komt, terwijl de beroepsverenigingen van klinische psychologen (VVKP en UPPCF) publiekelijk hebben aangekondigd bij het Grondwettelijk Hof een verzoekschrift in te dienen tot vernietiging van de wet die de stage heeft afgeschaft, en terwijl in de ad-hocwerkgroep, georganiseerd door de FOD Volksgezondheid, geen consensus was bereikt over die afschaffing.
De verwijzing in het ontwerp van Koninklijk besluit naar het advies van de Federale Raad voor Geestelijke Gezondheidszorg van juli 2025 is eveneens verrassend, aangezien dat advies precies het belang van de stage benadrukte door een gefaseerde invoering ervan voor te stellen. Het is niet duidelijk hoe het besproken Koninklijk besluit zou passen binnen de uitvoering van die fasering.
3. Gevolgen van de afschaffing van de GPP en analyse in het licht van de evenredigheidsbeoordeling (wet van 23 maart 2021)
La loi du 23 mars 2021 relative à un examen de proportionnalité préalable à l'adoption ou la modification d'une réglementation de profession dans le secteur de la santé impose que toute mesure modifiant les conditions d'accès ou d'exercice d'une profession réglementée fasse l'objet d'un examen structuré, étayé par des éléments probants qualitatifs et, dans la mesure du possible, quantitatifs.
La Commission des psychologues estime que plusieurs des exigences posées par cette loi ne sont pas satisfaites, et que les conséquences concrètes de la suppression du stage en attestent.
De wet van 23 maart 2021 betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan de invoering of de wijziging van een beroepsreglementering in de gezondheidssector vereist dat elke maatregel die de toegangs- of uitoefeningsvoorwaarden van een gereglementeerd beroep wijzigt, het voorwerp uitmaakt van een gestructureerd onderzoek, gestaafd door kwalitatief en, voor zover mogelijk, kwantitatief bewijsmateriaal.
De Psychologencommissie is van oordeel dat niet aan verscheidene van de door deze wet gestelde eisen is voldaan, en dat de concrete gevolgen van de afschaffing van de stage dit bevestigen.
3.1 Devaluatie van het beroep en lacune in de beroepsopleiding
De afschaffing van een kwaliteitsfilter verzwakt de professionele norm en de maatschappelijk erkende expertise van de psycholoog. Pas afgestudeerde psychologen 3 zullen hun beroep autonoom kunnen uitoefenen zonder de noodzakelijke praktijkervaring, wat het risico op fouten of deontologisch problematisch gedrag vergroot
Dit beantwoordt niet aan de doelstellingen van algemeen belang die een dergelijke wijziging moet waarborgen.
3.2 Inefficacité des mesures de remplacement et effet combiné insuffisant (art. 8 §2 f et §4)
La loi précitée impose d'évaluer l'effet des dispositions nouvelles conjuguées à d'autres exigences qui touche la profession concernée. Les nouvelles dispositions modifiées doivent garantir le même intérêt général. Or, la combinaison des trois mécanismes proposés en remplacement, formation continue, intervision et supervision, ne reconstitue pas les garanties offertes par le stage :
- La formation permanente n'est pas obligatoire durant la première année d'exercice. Alors que le stage visait justement à encadrer l'exercice des psychologues non expérimentés, cette proposition les exempte au contraire d'un cadre qui est primordial.
Aucun minimum horaire par an n'est prévu, aucun mécanisme de contrôle non plus au-delà de la tenue d'un portfolio, ce qui ne peut être considéré comme des garanties suffisantes. - L'arrêté ne prévoit pas non plus de minimum horaire annuel ni de mécanisme de contrôle pour ce qui est de l'intervision.
- Concernant la supervision, une simple expérience de cinq années serait suffisante pour en assurer le suivi. Les anciennes normes de qualité applicables aux maîtres de stage et aux lieux de stage disparaissent complètement, ce qui ne permet pas d'assurer le même suivi pour les psychologues qui commencent à exercer.
De plus, un minimum de 20h par an, éventuellement en groupe, ne permet pas d'accompagner utilement et avec les mêmes garanties ces psychologues. Il convient également une nouvelle fois de constater que cette obligation ne s’accompagne pas de mécanisme de contrôle suffisant qui permettrait d’en assurer l’application.
L'effet combiné de ces mesures est donc insuffisant pour atteindre l'objectif de protection des patients. Pour toutes ces raisons, le projet d'arrêté royal ne remplit pas les conditions que la Commission des psychologues estime nécessaires pour remplacer l'obligation du stage et ne tient pas suffisamment compte du principe de standstill.
3.2 Ineffectiviteit van de vervangingsmaatregelen en onvoldoende gecombineerd effect (art. 8 §2 f en §4)
De voornoemde wet vereist dat het effect van de nieuwe bepalingen in samenhang met andere vereisten die het betrokken beroep raken, wordt geëvalueerd. De gewijzigde nieuwe bepalingen moeten hetzelfde algemeen belang waarborgen. De combinatie van de drie voorgestelde vervangingsmechanismen, permanente vorming, intervisie en supervisie, herstellen de garanties die de stage bood echter niet:
- De permanente vorming is niet verplicht tijdens het eerste jaar van de beroepsuitoefening. Terwijl de stage er juist op gericht was de praktijk van onervaren psychologen te omkaderen, ontneemt dit voorstel hen een kader dat van wezenlijk belang is. Er is geen jaarlijks minimumaantal uren vastgelegd, en er bestaat evenmin een controlemechanisme behalve het bijhouden van een portfolio, wat onvoldoende garanties biedt.
- Het besluit voorziet ook geen jaarlijks minimumaantal uren, noch een controlemechanisme voor wat betreft de intervisie.
- Wat de supervisie betreft, zou een eenvoudige ervaring van vijf jaar volstaan om de opvolging ervan te verzekeren. De vroegere kwaliteitsnormen die van toepassing waren op de stagemeesters en de stageplaatsen verdwijnen volledig, wat het niet mogelijk maakt dezelfde opvolging te garanderen voor psychologen die beginnen met de uitoefening van het beroep. Bovendien laat een minimum van 20 uur per jaar, eventueel in groep, niet toe deze psychologen nuttig te begeleiden met dezelfde garanties. Er moet ook opnieuw worden vastgesteld dat deze verplichting niet gepaard gaat met een voldoende controlemechanisme dat de toepassing ervan zou kunnen waarborgen.
Het gecombineerde effect van deze maatregelen is dan ook onvoldoende om de doelstelling van patiëntenbescherming te bereiken. Om al deze redenen voldoet het ontwerp van Koninklijk besluit niet aan de voorwaarden die de Psychologencommissie noodzakelijk acht om de stageverplichting te vervangen en houdt het onvoldoende rekening met het standstill-beginsel.
3.3 Afwezigheid van onderzoek naar alternatieven en onvoldoende noodzakelijkheid (art. 8 §2 b en e)
De FOD Volksgezondheid zou moeten aantonen dat er geen minder ingrijpend alternatief bestaat voor de afschaffing van de stage en de vervanging ervan door het ontwerp van besluit. Zoals de Federale Raad voor Geestelijke Gezondheidszorg aanbeval in zijn advies van juli 2025, zou een gefaseerde invoering van de stage precies zo'n alternatief hebben gevormd. Het zonder meer afschaffen van de stage, zonder dat deze piste op geloofwaardige wijze werd onderzocht, voldoet niet aan het noodzakelijkheidsvereiste.
De mogelijkheid om een stage in te voeren verdwijnt definitief zonder perspectief op behoud, wat druk legt op de kwaliteit van de beroepsuitoefening van de psychologen, de begeleiding van pas afgestudeerden en de kwaliteitsgarantie voor de burgers.
3.4 Inconsistentie en gebrek aan systematiek (art. 8 §2 c)
De afschaffing van de stage voor klinische psychologen, zonder objectieve en redelijke rechtvaardiging, leidt tot een verschil in behandeling ten opzichte van andere gereglementeerde beroepen waarvoor een stageverplichting blijft gelden (met name artsen)
Deze incoherentie in de behandeling van vergelijkbare beroepen is in strijd met de door de wet gestelde eis van coherentie en systematiek, en roept een ernstige vraag op in het licht van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
3.5 Aantasting van het recht op gezondheidsbescherming en het vertrouwensbeginsel ten aanzien van de burgers (art. 8 §6)
Wanneer de reglementering betrekking heeft op gezondheidszorgberoepen, vereist de wet rekening te houden met de doelstelling een hoge graad van bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen. Het is moeilijk te zien hoe de drastische verlaging van de garanties inzake de kwaliteit van de psychologische zorg deze doelstelling kan bereiken.
Artikel 23 van de Grondwet waarborgt het recht op gezondheidsbescherming: het afschaffen van dit kwaliteitsborgingsmechanisme is in strijd met deze grondwettelijke verplichting. De burgers moeten erop kunnen rekenen dat een erkende klinische psycholoog over voldoende praktijkervaring beschikt — het niet uitvoeren van de GPP doorbreekt deze gewettigde verwachting en schaadt de rechtszekerheid. Het leidt ook tot een verlies van vertrouwen van de burgers en de instellingen in de psychologische zorg, en vergroot het risico op procedures wegens burgerlijke aansprakelijkheid, alsook klachten bij de Tuchtraad van de Psychologencommissie en de Federale Toezichtcommissie.
3.6 Gevolgen voor het vrij verkeer en de erkenning van kwalificaties (art. 8 §2 d)
De afschaffing van de stage zonder gelijkwaardig vervangingsmechanisme dreigt de erkenning van de kwalificaties van nieuwe Belgische klinische psychologen in andere lidstaten in gevaar te brengen, in strijd met de vereisten van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, waardoor de mogelijkheid voor 5 nieuwe klinische psychologen om in andere landen van de Europese Unie te werken wordt ondermijnd.
De Psychologencommissie is van oordeel dat het ontwerp van Koninklijk besluit niet voldoet aan de vereisten van de wet van 23 maart 2021.
Conclusie
De afschaffing van de Gesuperviseerde Professionele Praktijk en de vervanging ervan door de maatregelen voorzien in dit ontwerp van Koninklijk besluit vormen een verontrustende achteruitgang voor de kwaliteit van de psychologische zorg in België.
Zoals uiteengezet in dit advies, vertonen de drie voorgestelde vervangingsmechanismen, zijnde de permanente vorming, de intervisie en de supervisie, grote structurele tekortkomingen: afwezigheid van een bindend minimumaantal uren, vrijstelling van permanente vorming juist tijdens het eerste jaar van uitoefening, dat wil zeggen op het moment dat de omkadering het meest cruciaal is, en het verdwijnen van de kwaliteitsnormen die van toepassing zijn op de stagemeesters en de stageplaatsen.
Al deze maatregelen gaan bovendien gepaard met te lichte controlemechanismen. Het louter bijhouden van een portfolio kan niet worden beschouwd als een voldoende garantie.
Niet alleen de psychologen zelf, maar ook de patiënten en de samenleving in haar geheel zullen onder deze achteruitgang. Het grondwettelijk recht over gezondheidsbescherming, het beginsel van vertrouwensbeginsel ten aanzien van de burgers in de beroepsbeoefenaars die zij raadplegen, de gelijke behandeling ten opzichte van andere gereglementeerde beroepen die een verplichte stageperiode handhaven, en het risico op onverenigbaarheid met Richtlijn 2005/36/EG betreffende beroepskwalificaties, zijn alle even dwingende vereisten waaraan dit project niet voldoet. De Commissie merkt bovendien op dat dit ontwerp van koninklijk besluit kadert in een juridisch betwiste context, aangezien de beroepsverenigingen VVKP, UPPsy-BUPsy en UPPCF publiekelijk hebben aangekondigd bij het Grondwettelijk Hof een verzoekschrift in te dienen tot vernietiging van de wet die de stage heeft afgeschaft.
De Psychologencommissie is dan ook van oordeel dat het ontwerp van Koninklijk besluit niet voldoet aan de vereisten van de evenredigheidsbeoordeling opgelegd door de wet van 23 maart 2021. De maatregel is noch voldoende gemotiveerd in zijn doelstelling, noch aangetoond als noodzakelijk in het licht van de beschikbare alternatieven, noch evenredig aan de gevolgen die hij teweegbrengt voor de patiënten, de beroepsbeoefenaars en de samenleving.
De Psychologencommissie steunt dit ontwerp van Koninklijk besluit dan ook niet in zijn huidige vorm. Overeenkomstig haar wettelijke opdracht van bescherming van het publiek, controle van de kwaliteit en behoud van de waardigheid en de integriteit van het beroep 6 zoals gedefinieerd door de wet van 8 november 1993 en het Koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de psycholoog, roept zij op tot het bewaren en organiseren van de uitvoering van de kwaliteitsnormen die de maatschappelijke legitimiteit van het beroep onderbouwen, een veilige intrede in de autonome uitoefening voor pas afgestudeerden waarborgen, en de burgers kwalitatieve psychologische zorg verzekeren.